[A+] [x]
Aandoening: Kanker
Mama, wat heeft die mevrouw?
Antje Brink
Pagina 1

Een jongetje staart mij met open mond aan en herhaalt zijn vraag. Hij
trekt zijn moeder aan haar arm als ze niet meteen reageert. Dan kijkt de
moeder naar mij en zegt tegen het kind: ‘Die mevrouw heeft pijn aan
haar mond. Kijk maar, er zit een lapje op.’
Het kind is tevreden. Dit begrijpt hij. De moeder kijkt mij nog eens
aan en zegt: ‘Sterkte’.
Zo deed ik vroeger ook met mijn kinderen. Een lapje op de zere plek
of een kusje er op en het was over. En als het nog niet over was, kwamen
ze gewoon nog een kusje op de zere plek halen en gingen daarna
tevreden weer spelen. Ik had natuurlijk ook liever een kusje van de artsen
gehad in plaats van die lapjes.

Eind mei 1997 bleek dat er weer een tumor in mijn mond zat. Na grondig
onderzoek kwam het team, bestaande uit een KNO-arts, een plastisch
chirurg, een kaakchirurg en de tandarts bij elkaar. Zij vertelden
mij dat er niet één maar drie tumoren zaten, ze wilden weten wat ik
wilde.
Dit zou de zesde keer zijn dat er een tumor uit mijn mond moest worden
verwijderd en dan nu nog wel drie tegelijk. Ik had al vele hele zware
operaties in mijn mond doorstaan en de heren artsen twijfelden of ik dit
nog een keer aan zou kunnen. Deze artsen kenden mij van haver tot
gort, dat was ook de reden dat zij dit eerlijk aan mij voorlegden. Ze legden
mij uit wat er moest gebeuren en wat de consequenties zouden kunnen
zijn. Ik zou in ieder geval nog veel slechter kunnen praten dan nu
en waarschijnlijk zou het eten nog meer problemen geven dan voorheen.
Ik vroeg en kreeg bedenktijd. Ik kende zo langzamerhand die hel van
die hele zware operaties. Ik kon haast niet meer.
Een heel weekend hebben mijn dochters en ik gepraat en gehuild.
Soms zagen we het niet meer zitten, soms stak de hoop de kop weer op.
Geen van ons wilde afscheid nemen. Ook mijn dochters wisten dat het
voor mij haast niet meer te doen was. Toch kwam van hun de boodschap:
‘Mama probeer het. We willen je niet kwijt.’ Ik voelde het als een
geweldig geschenk zo'n sterke band met mijn dochters te beleven. We
beleefden toen, en nu nog, intens onze saamhorigheid, onze verbondenheid
met elkaar. Het besluit was dan ook: in Godsnaam, het moet
maar weer.
Toen ik dit besluit voorlegde aan het team van artsen zeiden zij mij
ronduit dat zij de operatie alleen wilden uitvoeren omdat ik zo'n positieve
instelling had. Met andere woorden: ze zagen het nog niet echt
zitten. De twijfel of dit nog verantwoord was, sprak duidelijk uit hun
hele houding. Er waren echter geen alternatieven meer. Het was òf opereren
òf doodgaan. En doodgaan kon altijd nog.
Er werden snel afspraken gemaakt en ik werd ingepland in het operatieschema.
De operatie vond plaats op 17 juni 1997. Die hele dag was
ik van de wereld. De operatie duurde twaalf uur. Na de operatie moest
ik acht weken in het ziekenhuis liggen. Het koste me heel veel moeite
om er weer bovenop te komen en toen ik er een longontsteking bij kreeg,
legde ik bijna het loodje. De KNO-arts zei letterlijk: ‘We liepen op
onze tenen, want we dachten: ze ontglipt ons.’ Zelf voelde ik me ook weggaan.
Het werd zo vredig van binnen. Het was heel mooi. De Hemel
was zo dichtbij, maar… ik ben teruggestuurd.
In de eerste weken na de operatie kreeg ik ruzie met een van de verpleegkundigen
die vond dat ik me maar wat aanstelde. Normaal gespro-
ken duwde ik me met mijn handen omhoog als ik uit een stoel moest
opstaan. Door de reuma kunnen mijn knieën niet voldoende meer buigen.
Ik heb mijn hele leven al reuma gehad en hoewel ik nu kunstknieën
had, waren mijn gewrichten behoorlijk beperkt. Na deze operatie zat
mijn ene arm in het gips omdat daar een pees uit is gehaald en in de
andere zat het infuus. Opdrukken deed dus pijn en deze verpleegkundige
weigerde me te helpen. Ik heb daar, met tranen in de ogen en met
de moed der wanhoop, flink trammelant zitten maken. Ik was zo moe
en dan gaat zo'n asbak van een griet (excusez le mot) alles nog moeilijker
maken.
Alle andere verpleegkundigen hielpen me gelukkig wel. Ook mijn
dochters stonden op de barricades. Ze lieten niet toe dat iemand hun
moeder een aanstelster noemde.

Na de ziekenhuisperiode volgde nog een periode van zes weken waarin
ik elke werkdag bestraald moest worden om ook ...



Beoordeel dit verhaal:
  • Huidige rating: 2.8/5
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
Huidige waardering: 6