Onvoorspelbaar gelukkig
Carice de Wildt
Pagina 2
...ik ook nog eens ruzie begon te maken met mijn vriendinnen, was de maat vol. Anne sprak me erop aan. Direct doch begripvol. Ze had er niet veel woorden voor nodig: 'Volgens mij moet jij eens hulp gaan zoeken!' Snikkend gaf ik toe. Zo ging het niet langer.
Nu zit ik hier.
'Hoeveel drinkt u?' De psychiater kijkt ernstig terwijl hij inbreekt op mijn gedachten.
'Tja, dat is moeilijk te zeggen', antwoord ik eerlijk. 'Ik drink met vlagen.'
'En als u drinkt, hoeveel is dat dan?', zaagt hij.
'Als ik uitga, drink ik ongeveer twintig glazen', geef ik toe.
De psychiater kijkt me aan alsof er naast hem een ruit wordt ingegooid. Dan schiet hij in een bulderende lach.
'Daar zou ik dan maar eens wat aan gaan doen als ik jou was!', roept hij.
Hij herstelt zich snel.
'En hoe zit het met uw seksuele contacten? Had u veel wisselende contacten in die periode?'
Ik hoef nu geen moeite meer te doen om vinnig te kijken en te reageren. 'De manier waarop u nu vragen stelt, vind ik zeer onprettig', reageer ik assertief.
In mijn ooghoeken zie ik Charlotte Mutsaers1 onrustig op haar stoel draaien. De psychiater en zij wisselen een snelle blik.
'Dat begrijp ik wel', reageert hij dan. 'Maar ik heb niet zoveel tijd en het is belangrijk dat ik u ook even zie voordat er een diagnose gesteld wordt.'
Hij gaat abrupt verder met het afwerken van zijn DSM IV-lijstje2, zonder een antwoord af te wachten op de vraag over wisselende contacten.
'Hebt u in die tijd veel geld uitgegeven?'
Op het moment dat de psychiater zijn lijstje heeft voltooid, vraagt hij me wat ik zelf denk dat er aan de hand is. Blijkbaar kijk ik hem als antwoord hierop een beetje glazig aan, want ik krijg weer een geïrriteerde blik.
'U heeft toch psychologie gestudeerd?' roept hij me ter verantwoording.
'Dat klopt', zeg ik haastig. Ik heb het gevoel dat ik binnen een halve nanoseconde een pasklaar antwoord moet geven.
'Maar geen klinische psychologie hoor', verdedig ik mezelf, 'ik heb sociale psychologie gestudeerd. Ik ben opgeleid tot onderzoeker', leg ik uit.
'Maar u bent geen leek', zegt de psychiater dan streng. Muts knikt. Ze staat helemaal achter haar supervisor.
Nadat de psychiater mij met een amicale lach veel sterkte heeft toegewenst, blijf ik alleen achter. Ik blijf alleen achter met Muts die zich geen raad weet met mijn weerstand.
'Hebt u nog vragen?' probeert ze.
'Nee hoor', doe ik kattig.
'Ik ook niet', lacht ze onzeker. 'U kunt een vervolgafspraak maken bij de balie.'
Ik sta op en pak mijn jas.
Opgelucht klapt ze de map dicht die op haar schoot ligt.
De steen die ik door de ruit ga gooien van het kantoor van de psychiater moet groot zijn. Een immense baksteen die ik met moeite met twee handen boven mijn hoofd kan houden. De vraag: 'Bent u wel eens in aanraking geweest met politie of justitie?', kan ik dan in het vervolg ook bevestigend antwoorden.
Het blijft bij een hersenspinsel. De baksteen ligt nog niet in het kantoor van de psychiater. Zijn bureau ligt nog niet bezaaid met glas.
Zes sigaretten en vier grote glazen rode wijn later besluit ik dat ik in ieder geval nooit meer een gesprek aan ga met een zielenknijper die niet kan plannen.
De volgende dag stuur ik een uitgebreide mail naar Charlotte Mutsaers en mijn psychotherapeut Katja.
De psychiater zelf krijgt een cc'tje. Van hem verwacht ik immers geen enkele reactie. Ik schrijf mijn frustratie over het gesprek van me af en geef aan dat ik niet wil dat ik op basis van dat gesprek een stempel krijg.
Diezelfde dag nog wordt er gereageerd door beide dames. Ik krijg excuses en de mogelijkheid voor een nieuw gesprek. Ik ben opgelucht tot de dag aanbreekt waarop ik de diagnose te horen krijg.
'Ben je tevreden over de manier waarop jouw opmerkingen over het gesprek zijn opgepakt?', vraagt Katja met een serieus gezicht.
'Ja hoor', meen ik, 'het gesprek dat ik daarna met hen heb gehad, verliep een stuk rustiger.'
'Dat is heel fijn', zegt Katja begripvol, 'het is namelijk heel belangrijk dat je weer vertrouwen krijgt in de mensen van bipolair.'
Ik knik.
'Er is een overleg geweest bij de afdeling bipolair over jou', zegt Katja dan.
Ik knik weer. Dat wist ik al.
'En de artsen zijn het wel met elkaar eens ...' Katja wacht ...
Nu zit ik hier.
'Hoeveel drinkt u?' De psychiater kijkt ernstig terwijl hij inbreekt op mijn gedachten.
'Tja, dat is moeilijk te zeggen', antwoord ik eerlijk. 'Ik drink met vlagen.'
'En als u drinkt, hoeveel is dat dan?', zaagt hij.
'Als ik uitga, drink ik ongeveer twintig glazen', geef ik toe.
De psychiater kijkt me aan alsof er naast hem een ruit wordt ingegooid. Dan schiet hij in een bulderende lach.
'Daar zou ik dan maar eens wat aan gaan doen als ik jou was!', roept hij.
Hij herstelt zich snel.
'En hoe zit het met uw seksuele contacten? Had u veel wisselende contacten in die periode?'
Ik hoef nu geen moeite meer te doen om vinnig te kijken en te reageren. 'De manier waarop u nu vragen stelt, vind ik zeer onprettig', reageer ik assertief.
In mijn ooghoeken zie ik Charlotte Mutsaers1 onrustig op haar stoel draaien. De psychiater en zij wisselen een snelle blik.
'Dat begrijp ik wel', reageert hij dan. 'Maar ik heb niet zoveel tijd en het is belangrijk dat ik u ook even zie voordat er een diagnose gesteld wordt.'
Hij gaat abrupt verder met het afwerken van zijn DSM IV-lijstje2, zonder een antwoord af te wachten op de vraag over wisselende contacten.
'Hebt u in die tijd veel geld uitgegeven?'
Op het moment dat de psychiater zijn lijstje heeft voltooid, vraagt hij me wat ik zelf denk dat er aan de hand is. Blijkbaar kijk ik hem als antwoord hierop een beetje glazig aan, want ik krijg weer een geïrriteerde blik.
'U heeft toch psychologie gestudeerd?' roept hij me ter verantwoording.
'Dat klopt', zeg ik haastig. Ik heb het gevoel dat ik binnen een halve nanoseconde een pasklaar antwoord moet geven.
'Maar geen klinische psychologie hoor', verdedig ik mezelf, 'ik heb sociale psychologie gestudeerd. Ik ben opgeleid tot onderzoeker', leg ik uit.
'Maar u bent geen leek', zegt de psychiater dan streng. Muts knikt. Ze staat helemaal achter haar supervisor.
Nadat de psychiater mij met een amicale lach veel sterkte heeft toegewenst, blijf ik alleen achter. Ik blijf alleen achter met Muts die zich geen raad weet met mijn weerstand.
'Hebt u nog vragen?' probeert ze.
'Nee hoor', doe ik kattig.
'Ik ook niet', lacht ze onzeker. 'U kunt een vervolgafspraak maken bij de balie.'
Ik sta op en pak mijn jas.
Opgelucht klapt ze de map dicht die op haar schoot ligt.
De steen die ik door de ruit ga gooien van het kantoor van de psychiater moet groot zijn. Een immense baksteen die ik met moeite met twee handen boven mijn hoofd kan houden. De vraag: 'Bent u wel eens in aanraking geweest met politie of justitie?', kan ik dan in het vervolg ook bevestigend antwoorden.
Het blijft bij een hersenspinsel. De baksteen ligt nog niet in het kantoor van de psychiater. Zijn bureau ligt nog niet bezaaid met glas.
Zes sigaretten en vier grote glazen rode wijn later besluit ik dat ik in ieder geval nooit meer een gesprek aan ga met een zielenknijper die niet kan plannen.
De volgende dag stuur ik een uitgebreide mail naar Charlotte Mutsaers en mijn psychotherapeut Katja.
De psychiater zelf krijgt een cc'tje. Van hem verwacht ik immers geen enkele reactie. Ik schrijf mijn frustratie over het gesprek van me af en geef aan dat ik niet wil dat ik op basis van dat gesprek een stempel krijg.
Diezelfde dag nog wordt er gereageerd door beide dames. Ik krijg excuses en de mogelijkheid voor een nieuw gesprek. Ik ben opgelucht tot de dag aanbreekt waarop ik de diagnose te horen krijg.
'Ben je tevreden over de manier waarop jouw opmerkingen over het gesprek zijn opgepakt?', vraagt Katja met een serieus gezicht.
'Ja hoor', meen ik, 'het gesprek dat ik daarna met hen heb gehad, verliep een stuk rustiger.'
'Dat is heel fijn', zegt Katja begripvol, 'het is namelijk heel belangrijk dat je weer vertrouwen krijgt in de mensen van bipolair.'
Ik knik.
'Er is een overleg geweest bij de afdeling bipolair over jou', zegt Katja dan.
Ik knik weer. Dat wist ik al.
'En de artsen zijn het wel met elkaar eens ...' Katja wacht ...

Beoordeel dit verhaal:
Huidige waardering: 6
