[A+] [x]
Aandoening: Slechthorend
Hoor met mijn ogen
Merijn Bos
Pagina 1

Augustus 1997
Stilte. Een lange stilte. De stilte waar ik aan gewend ben. Hé, wat hoor ik nu? Het is iets anders. Iets nieuws. 'Wat is dat?' Ik ken het niet. Het is nieuw, dus ik vraag er maar naar. 'Vogels?', zeggen mijn ouders. Vogels? Ik ben zes en weet wel wat een vogel is, maar het geluid is nieuw. Mijn ouders lachen. Waarom? Vogels klinken mooi, een goed geluid. Een ander geluid. 'Wat is dat?' Een auto? Hard geluid. Niet prettig. Ik voel ze. Ze zitten op mijn oren. Het piept. Ik haal mijn handen weg. Hoe noemden mijn ouders het? Een apparaat. Oorapparaat …? Is een lastig woord. Ik voel ze. Vervelend. Ik hoor vogels.


Toen ik zes was kreeg ik mijn gehoorapparaten. Zes jaar lang zonder. Het was geen pretje zonder. Ik speelde altijd graag en fantaseerde de grootste dingen. Meestal speelde ik dan alleen. Iedereen dacht dat ik nooit luisterde. Maar ik kon moeilijk luisteren als ik het niet hoorde. Niemand wist dat ik slechthorend was. Toen ik klein was speelde ik altijd bij mijn opa. Ik keek altijd tekenfilms en speelde dat na. Het kon uren duren voor ik klaar was, dus het was nooit klaar. Mijn opa ging dood toen ik zes was. Vlak daarna kreeg ik mijn gehoorapparaten. Het was iets nieuws en erg wennen. Ik vond het niet leuk en heb ze vaak uitgetrokken en weggegooid. Ik herinner me dat ik ze te groot vond. Iedereen kon ze zien en iedereen vroeg ernaar. Toen wilde ik dat ik het niet kon horen. Mijn leraren gingen er ook rekening mee houden. Ik droeg ze ook met gym, maar dat veranderde, omdat het te gevaarlijk was. Ze waren er een keer uitgevallen.
Het wennen aan mijn gehoorapparaten ging sneller dan ik verwachtte. Na een tijdje voelde ik ze niet eens meer. Maar andere kleine problemen speelden op: tv-kijken. Mijn zus speelde vrolijk piano en ik kwam beneden. Ik drukte de tv aan en daar ging de volumeknop. Mijn ouders vonden het vreselijk als de televisie altijd zo hard stond. Ach, het was fijn toen ik uiteindelijk de ringleiding kreeg. Het was nooit leuk om samen tv te kijken. Mijn favoriete vraag was toen: 'Wat zeiden ze?' Hoe vaak hebben mijn ouders het niet uit moeten leggen wat er gebeurde.
De bioscoop vond ik vaak eng. Ik vond het leuk om films te kijken. Ik was niet snel bang voor films, kan ik nu aannemen. Ik schrok meer van de harde geluiden dan van de film, omdat mijn pijngrens lager ligt dan bij de doorsnee mensen. Zo zaten anderen hun ogen te bedekken als ik mijn oren bedekte.
Voor het eerst naar school gaan, was vroeger een nachtmerrie tot ik in de brugklas kwam. De stilte die ik gewend was in de vakantie werd overrompeld door een golf aan lawaai. Het was een nare ervaring.
Het niet verstaan van veel dingen vormde een groot probleem voor mij. Ik moest erom vragen en soms wel tot driemaal toe laten herhalen. Als ik het toen nog niet begreep, lachte ik begrijpelijk of knikte ik mededeelzaam. Het was een gewoonte geworden, want er zijn weinig mensen die iets graag herhalen. Ik miste vaak grappen en toen ze voor de tweede keer werden verteld was de lol er meer vanaf dan de eerste keer. Ik zag ook dat mensen zich er soms aan ergerden. Dan liet ik het maar en lachte ik, terwijl ik niet wist waarom. Dat was op zich al een reden om te lachen.
Het ergste vond ik het niet horen van mezelf. Als ik anderen niet hoorde, hoorde ik mezelf ook minder. Dus ik schreeuwde vroeger soms te veel. Ik deed dat omdat ik zeker wilde zijn dat mijn boodschap aankwam. Het schreeuwen is in de loop van de jaren verdwenen en nu klagen mensen dat ik soms te zacht praat.

Ik groeide op met kleine problemen. Dingen die verschil maakten tussen mij en de horende persoon. Het waren momenten die kwamen en gingen. Momenten om je aan te ergeren en stil bij te staan, maar die als sneeuw voor de zon verdwenen. Dat ik vaak iets miste was wel iets van langere duur. Het maakte me stiller, omdat ik vaak het gesprek ...



Beoordeel dit verhaal:
  • Huidige rating: 2.6/5
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
Huidige waardering: 5