[A+] [x]
Aandoening: Ziekte van Crohn
Een plekje?
Maartje Conijn
Pagina 3

...ik naar huis mag, steeds belangrijker worden. Ik vind het eng, maar tegelijkertijd ben ik dolgelukkig. Mijn eigen gezellige kamertje, mijn eigen wc en, nog veel belangrijker, mijn eigen gezin. Mijn broers die ik al lange tijd niet meer gezien heb omdat het te ver reizen was naar het ziekenhuis. Ik kan niet wachten om gewoon met z'n vijven aan tafel te zitten. De auto rijdt voor en ik stap in. Voor het eerst zie ik het ziekenhuis van buiten. Vreemd, daar heb ik dan al die tijd doorgebracht, en ik weet niet eens hoe het er van buiten uitziet. De frisse lucht doet me goed, ik adem een paar keer diep in en uit en voel dat mijn longen zich vullen met koele lucht. Heerlijk. Halverwege de rit ben ik doodop. Al die auto's die voorbij razen en het geluid van de wind maken me moe. Maar niet op een vervelende manier. Eindelijk heb ik het gevoel dat ik klaar ben, ik voel een heerlijke rust over me heen komen. Al die tijd in het ziekenhuis heb je het gevoel dat er nog iets moet gebeuren, je moet nog naar huis. Nu ga ik dan eindelijk naar huis en het is nog fijner dan ik verwacht had.
Als we de straat in rijden moet ik echt moeite doen om niet te gaan huilen. Het ziet er nog precies zo uit als toen ik wegging, alleen hangen er nu allemaal ballonnen. Iedereen heeft de vlag uitgehangen en mijn vriendin in de straat heeft zelfs een spandoek gemaakt. Ook bij ons in de tuin hangt een spandoek en op de ramen is met rode letters geschreven: 'Welkom thuis Maartje'. Hoewel het een regenachtige dag is, is het in ons straatje feest. Een beetje onwennig stap ik uit de auto. Als ik het huis binnenstap weet ik niet wat ik moet doen, ik weet niet waar ik het eerst heen wil. Ik wil hier op de grond gaan zitten en hier blijven. Genieten van de geur van mijn eigen, gezellige huis. In de kamer staat de kerstboom nog en iemand heeft alle lichtjes aangedaan. Het is heerlijk warm en vreselijk gezellig. Ik plof op de bank neer. De bank. Vreemd, ik heb in tien weken al niet meer gezeten. Alleen maar op mijn bed gelegen en gezeten. Maar een bank, die heb ik al lang niet meer gezien. Heerlijk zit ie. Ik begin het koud te krijgen en eigenlijk wil ik wel even naar mijn kamer. Ik loop naar de trap. De eerste stappen vallen tegen, en even denk ik dat ik ga vallen. Ik schrik ervan en moet er een beetje hysterisch om lachen. Sinds wanneer is traplopen zo moeilijk? Als ik boven kom hb ik het niet meer. De tranen stromen over mijn wangen, wat ben ik vreselijk blij dat ik weer thuis ben. Ik zie de kamer van mijn broer met die eeuwige bende en het voelt allemaal z vreselijk vertrouwd. Alsof ik niet weg ben geweest. Mijn eigen kamer is nog mooier dan ik me kon herinneren. De rode kleur die ze al een paar jaar heeft, is nog veel warmer dan in mijn gedachten. Ik ben dol op mijn kamer, heb er heel veel tijd in doorgebracht en ik ben dan ook maar wat blij dat ik haar weer terug heb. Ik kan maar niet ophouden met huilen. Het is allemaal zo overweldigend en zo fijn. Ik huil nu echt niet van ellende, maar puur van geluk. Ik wist niet dat ik het in me had. De angst die ik een paar uur geleden nog voelde, is volledig verdwenen en heeft plaatsgemaakt voor een heerlijk gevoel.
Ik ben doodop en tegelijkertijd zo vreselijk blij dat ik de rust niet heb om op de bank te gaan liggen en even te rusten. Op dat moment realiseer ik me dat ik het heel moeilijk zal krijgen met rusten als het me nu al niet meer lukt. Ik vrees voor de komende weken. Ik heb ineens zoveel ideen over wat ik allemaal wil doen en wat ik allemaal wil zien dat ik gewoon wt dat ik moeite zal hebben om op tijd te stoppen. Maar ik kan me er niet druk om ...



Beoordeel dit verhaal:
  • Huidige rating: 2.5/5
Huidige waardering: 5