[A+] [x]
Aandoening: Ziekte van Crohn
Een plekje?
Maartje Conijn
Pagina 2

...ik haat hem. Ik haat vooral de woorden die hij nu gaat zeggen, de woorden die ik al zo vaak gehoord heb dat ik ze onderhand wel kan dromen. Het lijkt er op dat hij ze nu ook gaat zeggen. 'Het gaat niet zo goed, hč?', begint hij, en terwijl het als een vraag klinkt, geeft niemand antwoord. Hij is inmiddels op een stoel naast mijn bed gaan zitten waar ik hem niet kan zien. Ik lig op mijn andere zij en heb de energie niet om me om te draaien. Nu komt het 'geduld-verhaal' denk ik bij mezelf. Maar het komt niet. 'We kunnen het niet meer aan', vervolgt hij, 'en daarom gaan we je overplaatsen naar een gespecialiseerd ziekenhuis.'

Zes weken, drie sondes, zo'n twintig infusen, veel spuugbakjes en nog veel meer toiletbezoekjes later, sta ik in de hal van het ziekenhuis. Van kerst en oud en nieuw die ik hier heb doorgebracht, is niks meer te zien; alle bomen en kerstmannen zijn opgeruimd. Het is nu 2 januari en ik mag naar huis. Eindelijk. Na een ongelofelijke dosis geduld gaat het dan eindelijk beter, een stuk beter mag ik wel zeggen. Mede dankzij de vreselijk vakbekwame en vriendelijke artsen en verplegers in dit ziekenhuis ben ik nu niet alleen zover dat ik naar huis kan, maar ben ik ook nog eens een stuk wijzer geworden. Ik weet nu zo ongeveer álles over mijn ziekte. Eindeloos hebben ze mijn vragen beantwoord en me ook gewoon tussendoor verschrikkelijk veel informatie gegeven. Ze hebben me, door me zoveel mogelijk te betrekken bij mijn eigen behandeling, een stuk houvast gegeven, waardoor ik het gevoel had de controle, die ik helemaal kwijt leek te zijn, weer beetje bij beetje terug te krijgen.
Ik kijk rond in de hal die nu echt mijn thuis is geworden. Een vertrouwde plek waar ik veel ellende heb gehad, maar waar ik ook veel lieve mensen heb leren kennen met wie ik nog veel lol heb gemaakt. Naar omstandigheden heb ik het hier helemaal niet slecht gehad en zeker de laatste twee weken, toen ik eindelijk zover opgeknapt was dat ik een beetje rond kon lopen, had ik het af en toe best heel gezellig. Papa haalt de auto terwijl ik hier sta te wachten. Ik heb voor het eerst in tien weken mijn jas en schoenen aan, heel vreemd. Ik voel me dan ook ontzettend raar. Alsof ik nog niet klaar ben om weg te gaan. Het liefst zou ik hier even op het bankje gaan zitten en heel hard gaan huilen. En niet omdat ik hier niet weg wil, integendeel, ik kan niet wachten om in de auto te stappen en eindelijk naar huis te gaan, maar gewoon omdat ik bang ben. Vreselijk bang voor wat er komen gaat als ik thuis ben. Want ze mogen me dan wel alle medische feitjes hebben verteld, niemand in dit hele ziekenhuis heeft mij verteld hoe het nu verder zal gaan. Niemand kon me vertellen hoelang het nu goed zal gaan. Ik vind het doodeng. Ik moet luisteren naar mijn lichaam, moet zelf zeggen wat ik wel en niet aankan, en vooral moet ik mezelf in acht nemen. Maar hoe doe ik dat in vredesnaam? Luisteren naar mijn lichaam, sinds wanneer heeft mijn lichaam iets te vertellen? Ik ben altijd de baas geweest in mijn leven, en niet mijn lichaam. Jeetje, ik weet helemaal niet of ik wel een ziek lichaam kan hebben.
In het ziekenhuis maakt het niet zoveel uit, je kunt toch geen kant op. Maar als ik straks weer naar school wil, wil gaan sporten, winkelen en met vrienden uit wil, dan kan ik het niet hebben dat mijn lichaam me opeens allerlei dingen gaat zitten vertellen. En als het dat dan doet, wat vertelt het me dan? En hoe weet ik dan wat mijn lichaam bedoelt? Ik weet helemaal niet wanneer het te veel is, wanneer ik genoeg heb, dat heb ik nooit geweten, ik ben altijd gewoon maar doorgegaan, ongeacht hoe moe ik was.

Moet dat nu veranderen? Kan ik nu ineens niet meer vragen van mijn lichaam wat ik wil? Allemaal vragen die me al een tijdje bezig houden, maar die, sinds ik weet dat ...



Beoordeel dit verhaal:
  • Huidige rating: 2.5/5
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
Huidige waardering: 5