[A+] [x]
Aandoening: Dwangneurose
Leven onder dwang
Marieke van den Berg
Pagina 2

...tegelijkertijd. Ik was bang voor haar, zó bang
dat ik de plastic tuitjes drinken tot bloedens toe tussen stijve, bleke,
samengeperste lippen duwde, ten einde raad, om maar aan die 1000 cc
vocht per dag te komen, want aan het einde van de dag werden de vochtlijsten
door haar gecontroleerd. Ik was afhankelijk van haar wat betreft
de aantekeningen die ik nodig had voor mijn diploma.

Nu, na al die jaren vind ik dat nog het ergst. Dat ik stervende, oude
mensen pijn gedaan heb. Ze hardhandig dwong te drinken van lauwe koffie
uit een plastic tuitje dat al een half uur of langer op het kastje had
gestaan. Nu zou ik alles anders doen.
Ik zou een washand pakken en zacht de rimpelige gezichten tussen
mijn handen nemen, de schilferige lippen betten, een slokje fris water
aanbieden en hen verder liefdevol met rust laten.
Maar zo denk ik nu en ik kan vroeger nooit meer overdoen…

Al het personeel werd constant gedrild om de handen te wassen na aanraking
van iedere patiënt, op zich een goede zaak, mits het niet zo overdreven
gecontroleerd werd. We hoorden haar niet aankomen omdat ze
op zachte suède schoenen liep. Waarschijnlijk was ik er extra alert op,
maar soms voelde ik haar aanwezigheid, ergens achter een wit scherm,
wachtend tot ze mij kon betrappen op een nagelaten handeling.
Ook thuis begon ik mij die overdreven precisie aan te wenden, mijn
kamer veranderde in een showroom waar alles glom en glansde en waarin
niemand zonder mijn toestemming iets mocht aanraken of verplaatsen.
Ik was niet blij met al dat steriele om mij heen want het moest dagelijks
bijgehouden worden en er kwam steeds meer bij. 's Nachts moest
ik opstaan om de ramen te lappen die ik net die middag had gedaan,
maar die in mijn beleving na één regenbui alweer gelapt moesten worden.
Toen ik trouwde werd de zaak nog ingewikkelder. Ik bleef werken,
maar had nu ook de verantwoording voor een heel huis en ergens in die
tijd verdween voorgoed de spontaniteit uit mijn leven. Alle gevoel was
verdwenen en omgezet in een strakke gespannenheid die vierentwintig
uur per dag aanwezig was.
Mijn man moest zodra hij op de mat stond zijn schoenen uittrekken,
evenals de visite, die overigens op den duur allemaal wegbleef, er was er
niet één bij die mij beetpakte en zei:
‘Meisje, laten we hulp voor je zoeken.’.
Misschien wisten ze te weinig over angsten of dwangmatig gedrag,
iederéén komt tenslotte wel eens zijn bed uit om te controleren of de
deuren wel op slot zijn, of het gas wel uit is, terwijl je eigenlijk wel weet
dat je die handelingen al hebt gedaan. Dat is dwangmatig, maar als het
daar bij blijft, tamelijk onschuldig.
Anders is het als je na elk bezoek alle voetstappen en vingerafdrukken
grondig weg moet poetsen zodat het nieuwe vloerkleed uiteindelijk
schimmelt en het behang er haveloos uitziet, want zelfs dat werd door
mij gesopt als er maar iemand met een vinger overheen gestreken had.
Na verloop van tijd had ik het beangstigende idee dat ook stemmen,
woorden, gelach en geschreeuw op de muren vastplakten, zodat ik er
elk woord, elke stem en elke lach af moest boenen, hoewel er toen allang
niets meer te lachen viel.
Ik vond het griezelig en spookachtig dat ‘iets’ zich in mij manifesteerde,
mijn gedachten de baas was en mij opdrachten gaf die ik automatisch
en zonder verweer opvolgde, alsof ik een robot was die op
afstand bestuurd werd en geen eigen inbreng had.
Er kwamen steeds meer opdrachten bij, ik dacht dat ze mij ingefluisterd
werden door een geest die bezit genomen had van mijn denkwereld
en die duizend keer sterker was dan mijn eigen overspannen geest.
Elke kier, sleutelgaten, gordijnringen, stopcontacten, houtnerven,
alles, alles werd met een afmattende nauwkeurigheid met stofkwastjes
en boenders schoon geschrobd.
Mager en niet bepaald als een gelukkige, pasgetrouwde vrouw liep ik
achter boodschappenwagens waarin voornamelijk schoonmaakmiddelen
lagen en uiteindelijk waren er dagen waarop ik mezelf opsloot in
een kast om maar geen ‘vuil’ en ‘stof ’ te hoeven zien. Er waren nachten
van drie uur noodgedwongen slaap en eenentwintig uur van onafgebroken,
zinloos uitgevoerde rituelen. Mijn handen waren schraal en
uitgebeten van de chemische middelen en mijn eens zo lange, gelakte
nagels waren afgebroken tot aan de vingertoppen.
Een vage kennis opperde dat het ‘krijgen van een kind’ zou afleiden
en misschien een oplossing was, alsof ik een kind zo'n moeder toe zou
wensen. Toen ook mijn man die mening naar voren bracht, raakte ik
totaal in paniek.
Want wat als ook die kinderen onder de dwang zouden vallen? Als ik
hun ...



Beoordeel dit verhaal:
  • Huidige rating: 2.7/5
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
Huidige waardering: 5