[A+] [x]
Aandoening: Lactose-intolerantie
Een klein gebrek met grote gevolgen
Monique Schonckert
Pagina 1

Ik dring erop aan dat mijn zoon gezonder gaat eten. Meer fruit,
geen ketchup meer op alles wat hij eet en elke dag minstens twee
glazen melk drinken. Melk is immers gezond en altijd goed. Ja toch?


Achttien jaar is hij en het leven lacht hem toe. Hij kan goed leren, heeft
veel vrienden, sport graag en sinds kort volgt hij autorijlessen. Zijn mooie
blonde vriendin doet in niets voor hem onder. Twee vlotte, veelbelovende,
jonge mensen waar ik als moeder met trots en plezier naar kijk.

Op een ochtend in februari verschijnt mijn zoon met een bleek gezicht en
roodomrande ogen in de keuken. ‘Mam, ik heb buikgriep, ik ga niet naar
college. Wil jij een kop thee voor mij zetten, dan kruip ik weer onder de
wol.’ Zonder mij veel zorgen te maken zet ik thee voor hem. Die paar lessen
haalt hij zo weer in en een buikgriep heeft iedereen weleens. Als hij een
maand later nog steeds kwakkelt, word ik ongerust. Hij is magerder geworden
en van zijn sprankelende vitaliteit is weinig meer te merken. De huisarts
is terughoudend. Iedereen heeft weleens een darminfectie en bij de
een duurt het langer dan bij de ander, aldus zijn sussende conclusie. Ik ben
het niet met hem eens, maar besluit het nog een tijdje aan te zien. Het
bloedonderzoek dat hij twee maanden later op mijn aandringen laat doen
levert niets op. Mijn zoon wordt echter steeds zieker. Ik dring aan op een
verwijzing naar de internist. De huisarts vindt dat overdreven, maar enkele
weken later zitten we dan toch in de wachtkamer van de specialist.
Op dat moment realiseer ik mij nog niet in welke nachtmerrie we zijn
terechtgekomen. De angst om mijn steeds magerder wordende zoon
heeft geen goede invloed op mijn toch al niet zo florissante huwelijk. Ik
ben onrustig en weinig toegankelijk, mijn man is gefrustreerd en raakt
overspannen. Onze puberdochter zit sowieso al in een moeilijke leeftijdsfase
en maakt het er met haar onredelijke buien niet makkelijker op.
Bij de artsen vinden we weinig gehoor voor onze zorgen en op een dag
zegt de huisarts die ik om raad vraag: ‘Jullie zijn een probleemgezin en
mij lijkt advisering door de RIAGG een goede zaak.’ Ik ben woedend.
Wat mijn gezin nodig heeft is medisch onderzoek naar de klachten van
mijn zoon! Hoe kun je als ouders normaal functioneren als je kind overduidelijk
ziek is en per maand twee kilo afvalt? Mijn zoon zegt dat het
voelt alsof hij een kater heeft. ‘Mam, het is net of ik de dag ervoor een
krat bier heb gedronken.’ Hij is bijna continu aan de diarree en hoewel
hij genoeg eet, valt hij gestaag af. De gedachte dat hem hetzelfde lot
wacht als de buurjongen die kort ervoor aan kanker overleed, beneemt
mijn man de adem. Hij kan over niets anders meer praten dan over zijn
vrees onze zoon binnenkort te moeten begraven. Ik vlucht voor zoveel
pessimisme en zoek mijn heil in bibliotheken. Stapels medische encyclopedieën
worstel ik door op zoek naar een ziekte die past bij de symptomen
van mijn zoon, maar ik kan niets vinden. Omdat hij het beschrijft
als een ‘kater’ vraag ik mij af of het te maken heeft met een voedselallergie.
De specialist negeert mijn vragen naar de rol van voeding en laat
allerlei standaardonderzoeken doen. Daarna stuurt hij ons naar huis met
de mededeling dat hij geen afwijkingen kan vinden. Als ik vraag wat wij
nu verder moeten doen, trekt hij zijn schouders op en loopt naar de deur.
Volgende patiënt!

Mijn zoon moet beetje bij beetje zijn hele sociale leven opgeven. De studie,
de autorijlessen, de sport, zijn baantje bij de supermarkt, de zaterdagavondfeestjes
– hij kan het niet meer aan, voelt zich te ziek. Van de
vrolijke jongeman waar ik als moeder met zoveel genoegen naar kon kijken,
is niet veel meer over. Hij hangt mager en uitgeblust voor de televisie,
voor meer ontbreekt de energie. Zijn propedeusejaar heeft hij
gelukkig met een laatste restje energie kunnen afsluiten. Een tweede studiejaar
zit er als het zo doorgaat echter niet meer in. Zijn vriendin wordt
ook wanhopig. Op haar initiatief gaan ze samen nog een keer bedelen bij
de huisarts. ‘Er moet toch iets aan te doen zijn!’ Veel verder dan wijzen
op het feit dat de internist niets gevonden heeft, komt hij niet. Geen
begrip, geen advies, geen hulp. Huilend komen ze thuis. Hoe moeten
we verder? ‘Als we niets doen gaat hij nog dood!’ Een jonge vrolijke meid,
nu vertwijfeld en de wanhoop nabij. Via de ...



Beoordeel dit verhaal:
  • Huidige rating: 2.9/5
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
Huidige waardering: 6