[A+] [x]
Aandoening: Syndroom van Asperger
Aso-genen en ambities
Anne Sallinen
Pagina 2

...school, werd daar gepest. Vader wist
niet wat te doen, moeder maakte zich kwaad. Peter had één vriendje. Soms.
Anne had een paar vriendinnetjes. Ze werd ook gepest. Soms.
‘Hij kan toch ook wel eens normaal doen!’ gilde Anne, over haar zere
arm wrijvend.
Moeder zuchtte. ‘Nee, Anne, je weet dat hij …’
‘Natasha’, bemoeide Willem zich met het geschil, ‘zit het nou niet voor
hem op te nemen. Er wordt niet geslagen in mijn huis.’
‘Maar zij lokte het uit, terwijl ze weet dat hij daar niet tegen kan. Hij
weet niet hoe hij daarmee om moet gaan.’
‘Er wordt niet geslagen in mijn huis. Hij kan niet alles op zijn handicap
afschuiven. Je bent net je moeder.’
‘Pardon?’ Natasha liet haar stem zakken.
‘Je klaagt vaak genoeg’, mompelde hij, zich weer over zijn krant buigend,
‘dat zij het altijd ten onrechte voor je broer opnam in een conflict.’ Haar
broer. Haar overleden broer. Die door zijn onbegrijpelijke eenzaamheid
altijd het medelijden van haar moeder opwekte.
‘Mijn broer had, ehm, de problemen niet die Peter heeft’, aarzelde ze
onrustig, alsof ze haar eigen woorden in twijfel trok op het moment dat
ze ze uitsprak. Het syndroom van Asperger is erfelijk, hadden de artsen
gezegd.

Ik haatte hem. Ik lag in bed, maar zijn stem ging door in mijn hoofd. Die
jongen, om wie de andere pestkoppen heen leken te hangen. Wiens rod-
dels en scheldwoorden niet achter handen gefluisterd werden, maar luidkeels
over het schoolplein werden geschreeuwd. Maar ik was niet zielig
hoor. Ik werd niet na school opgewacht en in de sloot geduwd en er werden
geen gemene dingen op mijn fiets gespoten, zoals in de boeken van
Carry Slee. Nee, ik had niets te klagen. Even stonden mijn gedachten
stil. Ik draaide me om, nestelde mij tussen de deken en het bed. Ik probeerde
te slapen. Toen keerde zijn stem terug. En hoe Madeleine had
gekeken.
Zo vreemd was het toch niet? Vrienden delen alles. Je zag overal dat
vrienden samen uit snoepzakken aten, of plagerig koekjes van elkaar pakten.
Het was pauze en we hingen tegen de schoolmuur aan. Ik vond de
koekjes waar Madeleine een zakje van had, niet eens zo lekker. Maar we
waren vriendinnen. Toch had ze het zakje kwaad onder mijn hand weggegrist.
‘Wat doe je?!’ had ze verbaasd geroepen, ‘die zijn van mij!’
Wat had ik moeten zeggen? Dat ik alleen maar haar vriendin wilde zijn?
Ze begreep me niet. Was ik zo raar? Ik draaide me nogmaals om in mijn
bed. Tranen sprongen in mijn ogen en ik veegde ze met vlugge bewegingen
weg. Wat moest ik doen? Waarom pestten ze me? Waarom begrepen
ze me niet? Waarom was ik niemands beste vriendin? Waarom
vertelde niemand mij wat ik verkeerd deed? De tranen gleden langs mijn
wangen en ik haalde mijn neus op. Het leek voor iedereen zo makkelijk,
om te praten, om te lachen, om vrienden te maken. Was ik dan niet tegen
iedereen aardig? En toch, en toch deed ik iets verkeerd.

Peter. Peter had ook geen vrienden. Maar het interesseerde hem niet.
Peter was altijd alleen, altijd op zichzelf. Hij pakte nooit koekjes van
iemand anders omdat hij een vriend wilde zijn. Peter vond het fijn om
alleen te zijn. En toch vond men Peter zielig. Want Peter had dat ene
wat je niet tegen hem zeggen mocht: Asperger. En daarom had hij geen
vrienden. Hij had een oorzaak, een argument, en hij vond het niet eens
erg. Ik had geen reden. Ik was een heel normaal meisje – vond iedereen,
behalve de jongens die me pestten. Ik moest wel normaal zijn, en ik moest
dus wel vriendinnen hebben. En als ik dat niet had? Als ze me niet begrepen,
me niet accepteerden? Dan was het toch mijn eigen schuld? Ik wilde
niet huilen, verborg mijn gezicht in mijn kussen. Wat verwachtte iedereen
toch van mij? Ik hapte naar adem. Wat deed ik toch verkeerd?

Niet één persoon
treft dit probleem
en twee mensen evenmin –
hoewel niet negatief bedoeld
kan men hier spreken
van een echt aso-gezin.

Een liefdevolle familie
half autistisch
en half getraumatiseerd
kent halve ambities.
En halve garen
worden half geaccepteerd.

Zo intens als Anne huilde,
schreeuwde Willem,
zuchtte Natas,
kroop Peter weg
in afgelegen hoekjes
waar tot dan toe niemand was.

Ook in de familie,
ouders en zussen van Natas,
herkende men dat ene trekje,
dat net niet zo sociale,
dat net niet zo ideale
en altijd te korte gesprekje.


Peters citotoets wees HAVO aan. Op het randje. Zou dat wel zo verstandig
zijn? Maar HAVO zou het worden; afstromen kon immers altijd
nog. Fietsen naar school, daar uren uit het raam staren om te proberen
zich ...



Beoordeel dit verhaal:
  • Huidige rating: 3.0/5
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
Huidige waardering: 6