[A+] [x]
Aandoening: Heupdysplasie
Het licht van de toren
Mijke Pol
Pagina 1

Ervan overtuigd dat ik het verkeerd begrepen heb, vraag ik hem:
‘Zegt u nu, dat ik door mijn handicap niet mee kan naar Parijs?’
‘Ja, zo zou je het kunnen stellen’, antwoordt hij, zichtbaar blij
dat ik zo snel de juiste conclusie heb getrokken.


Het is het begin van het nieuwe schooljaar. Brugjes met grote schooltassen
lopen licht naar voren hellend onzeker door de schoolgangen. Te
zien aan de net iets te korte broeken, zitten de meesten midden in een
groeispurt. Ietwat onhandig wringen ze zich door de massa mensen heen
en duwen de zware klapdeuren open. Als ik snel mijn hand uitsteek om
de dichtvallende deur tegen te houden, kan ik nog net zo’n beginnende
middelbare scholier ontwijken die gehaast rent. Lachend draai ik mij om
en kijk naar mijn vriendin. Vijf jaar geleden liepen wij hier ook. Zenuwachtig
en opgewonden tegelijkertijd. Op onze rug droegen we niet alleen
de kilo’s van de nieuwe schoolboeken, maar ook het gewicht van de
broodtrommels, de vele pakjes multivitaminesap en volle etuis. Het lijkt
al weer eeuwen geleden. Inmiddels lopen we een stuk groter en ouder, met
schoudertassen waar alleen het hoognodige in zit, door de gang. Het
opgewonden gevoel dat ik in de eerste klas nog had, lijkt samen met de
veel te grote tas verdwenen te zijn in de prullenbak. Ondanks het feit
dat ik me hier al zes weken op heb kunnen voorbereiden, voelt de start
van dit schooljaar als een ijskoude nieuwjaarsduik. Het gloednieuwe rooster
dat aangeeft dat ik begin met Frans, vraagt om een enkeltje papierbak.
En als ik in de verte de deur met de ietwat vergeelde Franse posters zie,
heb ik sterk de neiging om me om te draaien en terug naar bed te gaan.
Net als ik de daad bij het denkbeeldige woord voeg en de deur resoluut
de rug toekeer, kijk ik recht in de ogen van mijn conrector. ‘Goedemor-
gen Mijke, fijne vakantie gehad?’ en zonder mijn antwoord af te wachten
voel ik dat zijn hand mij weer lichtjes in de richting van mijn oorspronkelijke
doel drukt. ‘Toevallig moet ik nog even wat aan je leraar
vragen, ik loop wel even mee.’ En terwijl ik me afvraag hoe hij in vredesnaam
kan weten dat ik nu Frans heb, loop ik gedwee naar het klaslokaal.
Mijn vriendin grijnst naar me als ze langs me loopt.
Als we het lokaal binnenlopen, staat onze docent ons in gebloemd overhemd
en een gebruind gezicht al enthousiast op te wachten. Met een
overdreven optimistisch ‘Bonjour!’ van zijn kant en een triest ‘Hallo …’
van onze kant, ga ik samen met mijn klasgenoten zitten.
Als we onze boeken met een klap op tafel leggen, kijkt onze leraar in
bloemenmotief verstoord op. ‘Iets meer enthousiasme mag ook wel hoor!’,
zegt hij een beetje verontwaardigd. En heupwiegend loopt hij naar het
bord. Mijn leraar is homo. En dan niet gewoon homo, maar zo’n overdreven
type. Als ik hem kort wil beschrijven (en dat is nog moeilijk
genoeg, geloof me) lijkt hij zo uit een cabaretprogramma te zijn gesprongen.
Stelt u zich Youp van ‘t Hek voor die een homo imiteert (inclusief
de handgebaartjes en de manier van praten) en verdrievoudig dit beeld.
Dat is mijn docent. En juist deze man is mijn leerkracht. Een geweldige
bron voor spotprenten en columns, maar tegelijkertijd ook een constante
stroom van ergernis. Ik ben er namelijk van overtuigd geraakt dat hij
het zelf allemaal wat overdrijft. Zo af en toe verandert zijn ik-ben-homoen-
ben-er-meer-dan-trots-op-loopje namelijk in een nu-ben-ik-het-zatdrafje
en is hij niet te onderscheiden van een doorsnee hetero.
Inmiddels is hij begonnen met het schrijven van een korte Franse roman
op het bord. Ik kijk om me heen. Mijn lotgenoten zitten weer op hun
oude plekjes. Schuin voor mij zit een vriend afwezig in zijn agenda te
bladeren. Vorige week, toen wij nog in alle vrijheid op een terrasje zaten,
liet hij mij zijn nieuwe agenda zien. Die was volgeplakt met vakantiefoto’s
en versierd met tekeningen en stukjes tekst van buitenlandse vakantievrienden.
En nu, bij de eerste officiële les van dit schooljaar, zorgen de
vele herinneringen voor zijn geestelijke absentie. En terwijl mijn leraar
doorschrijft, werp ik een blik op mijn agenda. Ik heb nog geen tijd gehad
om er iets in te schrijven. Ik heb het bijna zes weken volgehouden om de
winkels waar ze schoolspullen verkochten, zorgvuldig te mijden. Totdat
ik gisteren noodgedwongen naar de stad moest om enkele essentiële producten
te kopen. Mijn broer die sinds een jaar psychologie studeert en
zich nu al meet met Freud, zei vorige week dat ...



Beoordeel dit verhaal:
  • Huidige rating: 2.6/5
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
Huidige waardering: 5