[A+] [x]
Aandoening: Borstkanker
Het wachten voorbij
Ernie Kuijer
Pagina 1

Mag ik nog even weglopen? Ergens anders naartoe? Gewoon doorleven
en doorgaan met de dingen waarmee ik bezig was? En vooral een nieuwe zwangerschap? Het derde kindje dat al twintig jaar lang ‘erbij hoorde’
in mijn hoofd.


Net voordat ik naar het ziekenhuis ging, leek ik voor het eerst bewust
de tekst van mijn nu favoriete spreuk op een koelkastmagneet te lezen:
‘Zegen mij met de innerlijke rust om de dingen die ik niet kan veranderen
te accepteren, de moed om te veranderen wat ik kan en de wijsheid
om het onderscheid te kunnen maken.’
Een spreuk die als een mantra in mijn hoofd zat gedurende de ziekenhuisperiode
was de zin: ‘Accept the things you cannot change.’ Mijn
vriendin Sacha, die ik een tijdje uit het oog verloren was, vroeg waarom
ik naar het ziekenhuis moest en ik heb die vraag drie mailtjes lang onbeantwoord
gelaten. Ze hield aan en ik schetste in een paar zinnen: ‘In 1997
heb ik borstkanker gekregen en werd toen borstsparend geopereerd en
daarna bestraald. Vervolgens kreeg ik in 1999 te horen dat ik erfelijk
belast was met het BRCA1-gen (Breast Cancer 1). Uiteindelijk besloot ik
mijn borsten te laten amputeren en de eierstokken te laten verwijderen.
Er zou een borstreconstructie plaatsvinden vanuit mijn buikvet, maar
deze operaties zijn niet gelukt.’ Ze reageerde met de opmerking of ik het
misschien nóg korter vertellen, maar ik had nog geen zin erover te praten.
Alles was keurig afgebakend in mijn hoofd. Er stonden vele hekjes.
Ik had gemerkt dat veel mensen nogal schrikken van dit soort mededelingen
en ik kwam ook tot de conclusie dat ik niet graag in de belangstelling
sta met mijn ziekte. Eigenlijk was ik ook wel bang voor bepaalde
opmerkingen, zoals die in begin 1999 van iemand: ‘Waar maak je je druk
om, je hebt nu toch niks?’ De ene keer liet ik het van me afglijden en de
volgende keer raakte het me messcherp. Het hele verhaal van a tot z had
ik bijna nog nooit verteld. Niet dat ik daarom treurde. Niet dat ik daar
op de een of andere manier spijt van heb. Het was een keuze. Voordat
ik de beslissing had genomen om de operaties te ondergaan had ik een
aantal sessies gehad bij een maatschappelijk werkster die speciaal was
ingevoerd in deze materie. Na een aantal keren merkte ik dat ik haar
gesprekstechniek aan het ontleden was. Ik wist waarom ze soms nadrukkelijk
zweeg, maar ik wilde niet meer vertellen. Als het eenmaal verteld
is, is het verteld. Daarna is de conclusie dat je er toch zelf, alleen, doorheen
moet.

‘Je ziet er heel goed uit’, was in de periode van ziekte wel eens een opmerking
van mensen om me heen. Dit sloot dan meteen de weg af om te vragen
hoe het met me ging. Heel doeltreffend en kort. Of het was de tweede
of derde zin als ik aangegeven had dat het toch nog niet helemaal goed
ging: ‘Maar, je ziet er heel goed uit!’ Klaar, ander onderwerp. Ik was blij
dat ik niet snel tekende, blij ook dat er vaak niet werd doorgevraagd. Je
weet namelijk nooit of en wanneer je breekt. Wanneer de hekjes overspoeld
worden door een vloedgolf die naar buiten moet. Reinigend water.
Troostend water. Geluidloze tranen.
De dagelijkse ongemakken die ik nog steeds ervaar zijn meestal aanleiding
tot een nuchtere constatering als: oké, morgen waarschijnlijk weer
beter. Het levert geen echte pijn op, maar het is lastig. Het optillen van
beide armen boven het hoofd is bijvoorbeeld meestal vervelend. Ramen
wassen behoort nog steeds tot de moeilijkste klussen. Evenals onkruid
wieden of fijne snijbewegingen. Repeterende bewegingen waarbij kracht
gezet moet worden, moeten niet te lang duren anders kan ik ‘s avonds
geen pen meer vasthouden. Mijn handschrift, een stukje van mezelf, is
anders geworden. Een paar zinnen netjes schrijven gaat nog net, maar
vervolgens wordt het steeds onleesbaarder. Ik kan soms zelf niet meer
lezen wat er staat, wat ik eigenlijk bedoelde. Dus schrijven is ‘s avonds
niet erg handig heb ik geleerd. Ik wissel ‘moeilijke’ bewegingen af met min-
der moeilijke en heb er zo een soort ritme in gevonden. Zware spullen
draag ik links. Spullen die van een hoge plank gepakt moeten worden, pak
ik met mijn linkerhand, vaak zelfs zonder dat ik het echt in de gaten heb.
Lang geleden hadden een vriendin en ik eens een gesprek over wat we
mooi vonden aan ons lijf. Ik verbaasde me over haar keuze. Vooral over
de dingen die ze niet mooi vond aan zichzelf. Daar wisten we trouwens
hele lijsten ...



Beoordeel dit verhaal:
  • Huidige rating: 2.7/5
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
Huidige waardering: 5