[A+] [x]
Aandoening: Visuele Beperking
Van licht naar donker
Corné Kremers
Pagina 1

Wat moest een blinde nou anders worden dan telefonist of ergens aan een lopende band bloemenspuiten maken? Daar had ik geen school voor nodig. Ik speelde toen regelmatig ziek en kon zo thuis blijven.

Dit verhaal schrijf ik in mijn veertigste levensjaar. Dat lijkt mij een geschikt
moment om terug te kijken op een periode in mijn leven waarop het voor
mij helemaal donker werd. Sinds mijn geboorte heb ik namelijk de oogziekte
Retinitis Pigmentosa (zie de site www.retinanederland.org voor
meer informatie).
Door die oogziekte ben ik langzaam maar zeker blind geworden.
Vanaf mijn geboorte was ik nachtblind. Dat wil zeggen dat ik in de schemering
en in het donker zo goed als niets kon zien. Tot mijn dertiende
ging het zien bij daglicht nog redelijk. Daarna ging het steeds verder
achteruit en op mijn dertigste was de lamp ongeveer helemaal uit. Vanaf
toen was ik, zoals ze dat noemen, sociaal en maatschappelijk blind. In
de periode dat ik dit verhaal schrijf, lijkt het erop dat ook het zien van
licht en donker weg zal vallen en ga ik dus echt helemaal blind worden.

In dit verhaal vertel ik welke problemen ik tegenkwam en wat mijn gevoelens
in de verschillende fasen van mijn leven waren. Wellicht kan ik hiermee
het beeld van blinden wat bijstellen, want voor velen is een blinde
toch nog vaak erg zielig.
Ook kunnen mensen die zelf slechtziend zijn en blind gaan worden er misschien
wat moed uit putten. Het leven is namelijk ook in het donker nog altijd
meer dan de moeite waard. Ook ouders en of verzorgers van kinderen met
hetzelfde vooruitzicht, hebben wellicht wat aan mijn verhaal en tips.
Gelukkiger dan iemand die ziet, is een blinde die aanvaard en geniet.

Hoe het begon
‘Jullie Corné loenst met zijn linkeroog.’ Met die opmerking van een tante
begon het allemaal. Tegen beter weten in ontkenden mijn ouders dat in
eerste instantie en ze waren zelfs enigszins geďrriteerd dat mijn tante dat
durfde te zeggen.
Nu ik zelf vader ben begrijp ik die reactie wel. Ik was toen vier jaar en
het is voor geen enkele ouder leuk dat je kind iets afwijkends heeft. Ook
de opmerking op het kleuterbureau dat het er op leek dat Corné kleurenblind
was, werd door mijn ouders volledig in de wind geslagen. Toen
de juf op de kleuterschool zei: ‘Volgens mij ziet Corné niet echt goed’,
waren mijn ouders eigenlijk nog steeds niet echt overtuigd.
Toch bracht mijn moeder samen met mij een bezoekje aan de huisarts en
helaas, ook hij bevestigde dat mijn ene oog niet helemaal recht stond en
dat het kleuterbureau en de juf op school best wel eens gelijk konden hebben.
De huisarts verwees ons door naar de oogarts en daarna werd het
een gespecialiseerde oogarts in het Sint Radboud Ziekenhuis in Nijmegen.
Voor mijn ouders en mij begon toen een periode van naar het ziekenhuis
gaan, ogen druppelen, ogen afplakken, eerst een tijdje het linker en
dan weer een tijdje het rechter, weer naar het ziekenhuis en weer druppelen.
Ook kreeg ik mijn eerste brilletje.
Al vrij snel concludeerden de oogartsen dat ik niet gewoon slechter zag,
maar dat er meer aan de hand was. Mijn ouders hadden het eigenlijk achteraf
toch wel in de gaten gehad, want als het donker was, liep ik altijd met
mijn handjes voor me uit. Wanneer ik van een lichte in een donkere ruimte
kwam, gingen of mijn handjes weer naar voren of greep ik iemand bij de
arm. Dat alles viel bij mijn ouders op zijn plaats toen de oogarts zei: ‘Corné
is nachtblind en heeft de oogziekte RP. Dat wil zeggen dat hij ooit helemaal
blind zal worden. Wanneer? Dat weet niemand, want dat is bij iedereen
verschillend. Hij gaat steeds slechter zien en er komt een dag dat hij blind
zal zijn.’ Met deze mededeling op zak en een niets vermoedende vierjarige
Corné op de achterbank van de auto, keerden mijn ouders huiswaarts.
Mijn ouders besloten mij niet te belasten met mijn handicap en lieten
me niet meer weten dan wat nodig was. Niets over mijn nachtblindheid
en niets over het gegeven dat ik ooit blind zou worden. Mijn broer (zes
jaar ouder dan ik) en mijn zus (tien jaar ouder) zeiden regelmatig tegen
onze ouders: ‘Hallo, Corné zal blind worden, maar wij zijn er ook nog.’
Mijn ouders zaten namelijk vaak als ik op bed lag of niet thuis was, samen
op de bank en waren dan zeer geëmotioneerd.
Zeker in die tijd had men toch een ander beeld van een blinde dan tegenwoordig
en daardoor ...



Beoordeel dit verhaal:
  • Huidige rating: 2.9/5
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
Huidige waardering: 6