[A+] [x]
Aandoening: ME
Halverwege de brug is de wereld gezond
Christine van Reeuwijk
Pagina 1

Mijn vader haalde mijn tassen uit de auto. Hij schudde zijn hoofd. Gaf me een kus. En droeg me naar boven. Ik stapte in mijn bed. Dacht: een paar weken rust en dan ga ik terug naar Utrecht. Maar ik ging niet terug naar Utrecht. Ik heb mijn studentenkamer nooit meer gezien.

Toen ik tweeëntwintig jaar was werd ik ziek. Doodziek. Zomaar ineens kon ik de knopen van mijn blouse niet meer dichtmaken. Bijna niet meer rechtop in de collegebanken zitten. Ik poetste zittend mijn tanden. Als ik een kop thee optilde, leek het alsof er balen stro aan mijn armen hingen. Ik deed mijn contactlens in. Ging liggen. Een kwartier later deed ik de andere in. Haren kammen was een klus.
Mijn hoofd bonkte. Ik lag daar in mijn studentenkamer in Utrecht. De stad waar ik met veel plezier woonde. Ik had het koud. Onbeschrijflijk koud. Ik trok twee truien aan. Kroop in bed. Ik sliep en sliep. Ik had keelpijn. Mijn lymfklieren waren opgezet. Ik had verhoging. Zag wazig. Was onophoudelijk misselijk. Mijn spieren stonden voortdurend onder stroom.

Ik was halverwege mijn doctoraalstudie rechten gekomen. Ik volgde het vak rechtsfilosofie. Keek op mijn horloge. Was de les nu nog niet om. Ik ging naar mijn kamer. Ik liep de trap van het academiegebouw tree voor tree af. Moest even gaan zitten. Het duizelde voor mijn ogen. Mijn benen leken wel van stroop. Ik nam voor dat korte stukje de stadsbus. Tuurde uit het raam. Er ging zoveel door me heen.
Thuisgekomen stak ik de sleutel in het slot van het studentenhuis. Ik pakte de Volkskrant uit de brievenbus. Ik kon ’m haast niet vasthouden. Plofte op mijn bed. Woelde en woelde.
Ik stond op. Ging naar het toilet. Keek in de spiegel. En vroeg me, terwijl ik menthololie op mijn voorhoofd smeerde, af: wat o wat is er toch met mij aan de hand?

Op een dag kon ik niet meer. Ik besloot een paar weken naar mijn ouders te gaan. Mijn moeder kwam me halen. Pakte mijn tassen in. Eén van mijn huisgenoten ging op een opoefiets naar Albert Heijn. Een ander werd opgehaald voor een avondje uit met haar vriend. Degene die naast mij woonde, hing uit het raam. Zij zwaaide me na. Riep: ‘Gauw terugkomen hoor…’ Ik knikte. Wierp een blik op het kale maar gezellige studentenhuis. Mijn moeder klapte de autodeuren dicht. We reden de Domstad uit. De snelweg op. Zwijgend gingen we de Lekbrug over. De brug die ik tijdens de middelbare schoolperiode doordeweeks dagelijks op en af fietste.
We kwamen ons dorp binnen. Ik was opgegroeid in dit lieflijke plaatsje aan de Lek.
Mijn moeder stopte voor mijn ouderlijk huis. Ik stapte uit. Struikelde. Liep traag naar binnen. De mensen uit de straat keken vanachter de vitrages naar me. Mijn vader haalde mijn tassen uit de auto. Hij schudde zijn hoofd. Gaf me een kus. En droeg me naar boven.
Ik stapte in mijn bed. Dacht: een paar weken rust en dan ga ik terug naar Utrecht. Maar ik ging niet terug naar Utrecht. Ik heb mijn studentenkamer nooit meer gezien.

Ik werd bedlegerig. Ik woonde weer bij mijn ouders. Bij mijn vader en moeder die mij op de juiste afstand nabij waren en zijn. Alles kostte me energie. Was me al gauw teveel. Een boek lezen. Het journaal kijken. Praten. Me omdraaien. De krant las ik als het enigszins mogelijk was in etappes. Ik had last van haaruitval. Daar waar ik kwam, lagen plukjes op de grond. Mijn vader liep met de stofzuiger achter me aan. Hij zei met schorre stem: ‘Kon ik maar iets voor je doen.’
Ik lag dikwijls in het donker. Kon het licht nauwelijks verdragen. Mijn hoofdpijn werd er niet minder op. Mijn ogen irriteerden. Ik deed mijn contactlenzen uit. Zette mijn bril op. Keek verbaasd mijn kamer rond. Wie had ooit gedacht dat dit mij zou overkomen. De bloemetjesgordijnen wapperden doordat het slaapkamerraam openstond. Ik hoorde de geluiden van buiten. Tik. Tik. Mensen liepen voorbij. ‘Wat een zalig weer hè’, zei de een. Vijf minuten later riep een ander: ‘Wat is het warm hè?’ Ik pufte in mijn bed. Dacht: ja, het is niet koud.
Als ik iets meer kracht had – het licht voor ...



Beoordeel dit verhaal:
  • Huidige rating: 3.0/5
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
Huidige waardering: 6