[A+] [x]
Aandoening: Eierstokkanker
Duiveltje op mijn Schouder
Agnes van Leeuwen-Toornvliet
Pagina 2

...anderen ook zo moe waren, net als ik.
Natuurlijk had ik het druk met mijn gezin waar nou niet bepaald
iedereen gezond was en ik een record aantal artsen en ziekenhuizen
mee afliep, maar die moeheid was zo ongewoon; die overviel
me op de raarste tijden en niet alleen als ik veel gedaan had. Vaak
was ik al moe als ik net de dag begonnen was.
Ik ging na mijn ziekte weer parttime aan het werk, wat me een
goede afleiding leek, maar doordat ik te vaak moe was werd ik volledig
afgekeurd. Wat was ik die arbo-arts dankbaar: hij begreep
me, nam me serieus en vond het een wonder dat ik al zo lang was
doorgegaan met werken. Opnieuw erkenning van mijn moeheid.

Het is inmiddels jaren verder en er wordt vanuit de medische wereld
steeds meer serieuze aandacht besteed aan de chronische vermoeidheid,
waar zo'n 50% van de ex-kankerpatiënten aan lijden.
Het zit dus niet meer ‘tussen de oren’ en mijn hemel, wat is dat fijn
om te mogen beseffen.
Zelfs mijn huisarts begint zich er nu voor te interesseren nadat
ik hem hierover heb geďnformeerd door middel van artikelen en
folders.
Natuurlijk, als iemand in zijn leven erg veel voor z'n kiezen krijgt,
dan is het begrijpelijk dat je daar psychische problemen aan overhoudt.
De wetenschap dat die chronische vermoeidheid daar helemaal
buiten staat en dat er velen zijn net als ik, maakt het voor mij
gemakkelijker om het te aanvaarden. En ik ben, sinds ik dat allemaal
weet, duidelijker geworden tegenover mijn omgeving. Moe
zijn mag, want het bestaat en het zit niet tussen de oren. Daar zou
je bijna blij om zijn. Ik durf er nu zelfs voor uit te komen, al kost
het me moeite als anderen dan reageren met dat ‘ze ook wel eens
moe zijn’.
Ach, als ze het niet willen begrijpen dan is dat hun probleem; ik
leg het één keer uit en daar laat ik het dan bij. Ik kan vreselijk jaloers
zijn op mensen van mijn leeftijd, die werken, sporten en daarnaast
een druk sociaal leven leiden. Ik ben jaloers op sommige 80-jarigen
die meer energie hebben dan ik, want natuurlijk blijft het accepteren
erg moeilijk. Maar ik probeer te genieten van simpele dingen;
ik geniet van mijn kinderen, ik wandel korte stukjes met mijn hond
en schrijf af en toe een gedicht over wat mij bezighoudt.
Ik heb een lieve man, aan wie ik veel steun heb.
Ik kan me weer regelmatig echt gelukkig voelen, mijn ziekte lijkt
steeds verder weg, al word ik weer met m’n neus op de feiten
gedrukt als ik voor controle naar het ziekenhuis moet.
Ik heb mijn oudste dochter te snel volwassen zien worden, omdat
ze tijdens mijn ziekte vaak in het gezin moest bijspringen.
Ik denk met warmte terug aan de lieve mensen die door kleine
gebaren mij bijstonden tijdens mijn verblijf in het ziekenhuis. Zoals
een lieve vriendin die me elke ochtend opbelde en zei: “Weer een
dag voorbij.” Of de vriendin die mij een knuffeltje cadeau gaf met
een briefje eraan, waarop stond dat ik met hem mocht gooien als
ik boos was, of tegen hem kon praten als ik me eenzaam voelde.

De negatieve reacties of de fouten die artsen maakten, probeer ik
te vergeten. Dat is ballast waar ik niets mee kan.
In het ziekenhuis zei ik steeds dat er een duiveltje op m’n schouder
zat, want ik viel van de ene ellende in de andere, er leek soms
geen eind aan te komen. Een verpleegkundige beloofde mij indertijd
dat duiveltje er persoonlijk af te schoppen. Het lijkt erop dat
zij haar belofte heeft gehouden...

Agnes van Leeuwen-Toornvliet (1952)
Lijdt aan eierstokkanker en heeft de zorg voor drie zieke kinderen
Genomineerd in de categorie Volwassenen



Beoordeel dit verhaal:
  • Huidige rating: 2.8/5
Huidige waardering: 6