[A+] [x]
Aandoening: Dwarslaesie
Geef mij je hand
Paul Asselbergs
Pagina 7

...vóór
het ongeluk. Daarom moest ik veel spieroefeningen doen zoals
beenfietsen en handfietsen. Verder werd bijna elke dag mijn rechterschouder
dóórbewogen. Op zekere dag mocht ik proberen of ik
trappen kon lopen. Tot mijn verbazing én vreugde merkte ik dat
dat ging. Ik kon 10 treden op én ook weer terug. Ik was daar natuurlijk
apetrots op.
Thuis moest er heel veel geregeld worden. Ons huis moest verkocht
worden en in het nieuwe huis moesten allerlei aanpassingen
aangebracht worden, zodat ik mij daar in de toekomst gemakkelijk
zou kunnen bewegen. Er kwam ontzettend veel op Marianne
af maar toch kwam ze nog elke dag naar Rotterdam toe.
De weekenden thuis waren een welkome afwisseling op de lange,
saaie weken in Rijndam. Ik bleef natuurlijk heel erg afhankelijk van
Mariannes hulp, terwijl zij juist hoopte in de weekenden wat meer
tijd voor zichzelf te hebben. Soms nam ik Rijndam wel eens ‘mee
naar huis’. Ik praatte er vaak met Marianne over, maar zij had meestal
heel andere dingen aan haar hoofd. Ze moest thuis heel veel
zaken alléén regelen en dat kostte haar heel veel energie. Ze had
regelmatig momenten dat ze het even niet meer zag zitten.

Half mei kreeg ik van de revalidatiearts te horen dat ik in de maand
juli definitief naar huis mocht. De noodzakelijke therapie kon ik ook
in dagbehandeling krijgen. Aan de ene kant vond ik dit geweldig
goed nieuws, aan de andere kant vroeg ik mezelf af of ik nu op
mijn eindniveau zat, waar ik het de rest van mijn leven mee zou
moeten doen. Die vraag moest ik eigenlijk met ‘ja’ beantwoorden.
De volgende maanden zou de therapie zich vooral nog richten
op het verbeteren van mijn looptechniek. Verder ging ik van tijd
tot tijd met een kleine groep patiënten onder leiding van een ergotherapeut
met een elektrische scooter de straat op om onze rijvaardigheid
te vergroten. Immers, de meeste patiënten zijn in de
toekomst aangewezen op een scooter. Dat geeft iets meer comfort
dan een rolstoel en je kunt er ook grotere afstanden mee afleggen.
Ik kreeg in die dagen een eenpersoonskamer. Zoiets is eigenlijk
alleen voorbehouden aan patiënten die redelijk zelfstandig zijn. Ik
was natuurlijk erg blij met deze verandering.

De laatste loodjes

Zodra je weet dat het eind van zo’n lang verblijf in Rotterdam in
zicht is, gaan de dagen toch weer langer duren.
Ik kreeg veel therapie, ook in het zwembad en in de loopbrug.
Ik mocht bepaalde oefeningen zelfs alleen doen. Ik weet nog goed,
toen ik een keer in de loopbrug aan ’t oefenen was, dat ik door mijn
rechterknie zakte. Daar lag ik dan!
Ik kon niet zelf overeind komen. Dat zijn vervelende momenten.
Je wordt dan weer eens flink met je neus op de feiten gedrukt.
Inmiddels kreeg ik toestemming om de weekenden met een dag
te verlengen. Dat was heel goed nieuws. Zo bleven er nog maar
vier dagen per week in Rotterdam over.
Ik merkte echt dat het verblijf in Rijndam me steeds zwaarder
ging worden. Ik had er wel vrienden en vriendinnen, maar ik ging
me ook steeds meer aan bepaalde mensen of dingen ergeren. Er
waren ook weinig vorderingen meer in mijn bewegingen te zien.

De grote dag: mijn thuiskomst op 11 juli

Na de gebruikelijke woordjes die bij een afscheid horen met hier
en daar ook een traan, vertrokken Marianne en ik richting Bergen
op Zoom. Ik was erg stil onderweg. Het afscheid nemen van enkele
geliefde patiënten, therapeuten en verplegers viel mij zwaarder
dan ik had gedacht, maar gaandeweg de reis gingen mijn gedachten
gelukkig steeds meer uit naar huis. We reden de straat in en
direct zag ik overal vlaggen, die de buurt massaal voor mij had uitgestoken.
Er hingen tekeningen aan de voordeur, het huis stond
vol bloemen en er lag een dikke stapel post op tafel. De buren kwamen
met champagne. Kortom, een fijnere thuiskomst had ik me
niet kunnen wensen. Ook nu weer raakte ik behoorlijk geëmotioneerd
door de enorme belangstelling. Tussen de vele cadeaus die
ik had gekregen, lag de cd Last Concert of the Millennium: een prachtig
concert in de Gertrudiskerk waar Marianne en ik in december
1999 naar toe geweest waren.
Moe maar voldaan hielp Marianne mij ’s avonds uit de stoel
omhoog en pakte mijn hand om mij naar mijn bed te brengen.
De cd stond aan en juist op dat moment zong Virginie Huismans
het prachtige lied: ‘Kom, geef mij je hand’.

Kom, geef mij je hand, ik sta aan je zijde.
Gedeelde vreugd, gedeelde smart.
Hoop maar met mij op betere tijden

Ontdek de zon in je hart.
Lang is de weg, maar wij ...



Beoordeel dit verhaal:
  • Huidige rating: 2.8/5
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
Huidige waardering: 6