Geef mij je hand
Paul Asselbergs
Pagina 6
...te zijn
in dat grote huis. Dan hoeft ze eens een dag niet naar Rotterdam te komen en
ik zie weer eens wat andere mensen dan patiënten en verplegend personeel.
De therapie richtte zich ter voorbereiding hierop op het staan en
zitten en het maken van transfers: vanuit het bed in de stoel, van-
uit de stoel op de oefenbank en weer terug. Dat was heel belangrijk,
want het zou natuurlijk fantastisch zijn als ik vanuit mijn rolstoel
een transfer naar een personenauto zou kunnen maken, want
anders moet ik steeds met de rolstoel-taxi vervoerd worden. Dat lijkt
me zo’n gedoe en het is nog een kostbare grap ook, want ik krijg
die taxi slechts bij uitzondering vergoed.
Rijndam stelde als voorwaarde dat er een bed en een tillift in de
kamer zou staan voor het geval ik overdag zou willen rusten. Ik
mocht de eerste keer nog niet blijven overnachten. We moesten
eerst maar eens zien of een ‘dagje thuis’ in ons huis wel zou lukken.
We lieten een rijplank voor de voordeur leggen en de trap naar de
tuin aanpassen.
Ruim drie maanden na het ongeluk kwam ik voor de eerste keer
thuis. Het huis stond vol met bloemen, ondanks het feit dat we zo
min mogelijk ruchtbaarheid aan dit heuglijke feit hadden gegeven.
We wilden zo graag eens samen zijn, zonder bezoek. Voor speciaal
vervoer voor deze dag was gezorgd. Kennissen hadden hun
zogenaamde pausmobiel beschikbaar gesteld. Ik kon daar met mijn
rolstoel zo inrijden.
Ik had me die ochtend lekker gedoucht. Ik moest er altijd extra
goed op letten, dat ik vooral mijn liezen goed afdroogde. Toen ik
dat zelf nog niet goed kon, hielp de dienstdoende verpleegkundige
mij daar altijd bij. Ik noemde haar dan altijd Liezelore.
Ik had me bijna helemaal zelf aangekleed, behalve mijn sokken
en schoenen, want die kon ik zelf niet aankrijgen. Daarvoor had
ik de verpleging geroepen om me er even bij te helpen. Een nogal
stugge verpleger kwam mijn kamer binnen en zei: "Die sokken en
schoenen kunt u toch wel zelf aandoen?" Ik legde hem uit, dat
zoiets met één hand niet lukt, waarop hij reageerde met de ‘bemoedigende’
woorden: "U geeft het geloof ik nogal gauw op, maar dat
zal wel een kwestie van karakter zijn". Ik was met stomheid geslagen,
maar gelukkig was ik nog ad rem genoeg en zei: "Ik denk
inderdaad, dat onze karakters nogal van elkaar verschillen". Hij
was er in ieder geval in geslaagd om mijn vrolijke stemming te verzieken.
Later heb ik hem hierop nog aangesproken en hij heeft
toen alsnog zijn excuses aangeboden.
De thuiskomst was fijn en natuurlijk ook een beetje emotioneel,
maar we hebben er intens van genoten. ’s Avonds moest ik helaas
weer terug naar Rijndam. Omdat het zo goed was gegaan, mocht
ik ook tweede paasdag naar huis en het weekend daarop (Koninginnedag)
mocht ik zelfs voor de eerste keer thuis blijven overnachten.
Wat een weelde zeg, vooral voor Marianne, want zij
hoefde dan twee dagen niet naar Rotterdam te reizen.
Koninginnedag 2000
Het was niet een echt zonnige dag, maar ik had er erg naar uitgezien
om de stad in te gaan om even een terrasje te pikken op de
Grote Markt. Van de ene kant zag ik er erg tegenop om als ‘rijdend’
voorwerp in mijn rolstoel door de stad gereden te worden,
anderzijds wilde ik me graag aan de mensen laten zien. Ik wist
namelijk dat er nog veel mensen het idee hadden dat ik nog grotendeels
verlamd was of zelfs dachten dat ik nog niet kon praten!
Wat was ik blij dat ik gegaan was. Het was een geweldige fijne
middag. Wat zag ik veel bekenden en blijkbaar kenden veel mensen
mij. Ik werd er verlegen van. Het leek wel op een receptie, daar
op de Markt. Het was vooral een overwinning van weerskanten.
Men zag dat ik weliswaar in een rolstoel zit, maar men merkte ook
dat er in mijn verdere doen en laten eigenlijk niet veel veranderd was.
Toen we van de Markt terug naar huis liepen kwamen we nog
een dame tegen die tegen mij zei: “Toch fijn hè, zo’n rolstoel”. Ik
wist wat ze bedoelde, maar het kwam wat ongelukkig over.
Opnieuw leren lopen
De revalidatie ging natuurlijk onverminderd door. Ik liep al een
beetje door de gang met een rollator. Ook moest ik proberen om
zoveel mogelijk zelfstandig te lopen, dus zonder hulpmiddelen.
Dat ging niet echt van een leien dakje. Ik werd erg gehinderd door
spasmen in mijn rechterbeen en was erg bang om te vallen. Mijn
spiermassa was flink afgenomen. Ik woog 10 kilo minder dan ...
in dat grote huis. Dan hoeft ze eens een dag niet naar Rotterdam te komen en
ik zie weer eens wat andere mensen dan patiënten en verplegend personeel.
De therapie richtte zich ter voorbereiding hierop op het staan en
zitten en het maken van transfers: vanuit het bed in de stoel, van-
uit de stoel op de oefenbank en weer terug. Dat was heel belangrijk,
want het zou natuurlijk fantastisch zijn als ik vanuit mijn rolstoel
een transfer naar een personenauto zou kunnen maken, want
anders moet ik steeds met de rolstoel-taxi vervoerd worden. Dat lijkt
me zo’n gedoe en het is nog een kostbare grap ook, want ik krijg
die taxi slechts bij uitzondering vergoed.
Rijndam stelde als voorwaarde dat er een bed en een tillift in de
kamer zou staan voor het geval ik overdag zou willen rusten. Ik
mocht de eerste keer nog niet blijven overnachten. We moesten
eerst maar eens zien of een ‘dagje thuis’ in ons huis wel zou lukken.
We lieten een rijplank voor de voordeur leggen en de trap naar de
tuin aanpassen.
Ruim drie maanden na het ongeluk kwam ik voor de eerste keer
thuis. Het huis stond vol met bloemen, ondanks het feit dat we zo
min mogelijk ruchtbaarheid aan dit heuglijke feit hadden gegeven.
We wilden zo graag eens samen zijn, zonder bezoek. Voor speciaal
vervoer voor deze dag was gezorgd. Kennissen hadden hun
zogenaamde pausmobiel beschikbaar gesteld. Ik kon daar met mijn
rolstoel zo inrijden.
Ik had me die ochtend lekker gedoucht. Ik moest er altijd extra
goed op letten, dat ik vooral mijn liezen goed afdroogde. Toen ik
dat zelf nog niet goed kon, hielp de dienstdoende verpleegkundige
mij daar altijd bij. Ik noemde haar dan altijd Liezelore.
Ik had me bijna helemaal zelf aangekleed, behalve mijn sokken
en schoenen, want die kon ik zelf niet aankrijgen. Daarvoor had
ik de verpleging geroepen om me er even bij te helpen. Een nogal
stugge verpleger kwam mijn kamer binnen en zei: "Die sokken en
schoenen kunt u toch wel zelf aandoen?" Ik legde hem uit, dat
zoiets met één hand niet lukt, waarop hij reageerde met de ‘bemoedigende’
woorden: "U geeft het geloof ik nogal gauw op, maar dat
zal wel een kwestie van karakter zijn". Ik was met stomheid geslagen,
maar gelukkig was ik nog ad rem genoeg en zei: "Ik denk
inderdaad, dat onze karakters nogal van elkaar verschillen". Hij
was er in ieder geval in geslaagd om mijn vrolijke stemming te verzieken.
Later heb ik hem hierop nog aangesproken en hij heeft
toen alsnog zijn excuses aangeboden.
De thuiskomst was fijn en natuurlijk ook een beetje emotioneel,
maar we hebben er intens van genoten. ’s Avonds moest ik helaas
weer terug naar Rijndam. Omdat het zo goed was gegaan, mocht
ik ook tweede paasdag naar huis en het weekend daarop (Koninginnedag)
mocht ik zelfs voor de eerste keer thuis blijven overnachten.
Wat een weelde zeg, vooral voor Marianne, want zij
hoefde dan twee dagen niet naar Rotterdam te reizen.
Koninginnedag 2000
Het was niet een echt zonnige dag, maar ik had er erg naar uitgezien
om de stad in te gaan om even een terrasje te pikken op de
Grote Markt. Van de ene kant zag ik er erg tegenop om als ‘rijdend’
voorwerp in mijn rolstoel door de stad gereden te worden,
anderzijds wilde ik me graag aan de mensen laten zien. Ik wist
namelijk dat er nog veel mensen het idee hadden dat ik nog grotendeels
verlamd was of zelfs dachten dat ik nog niet kon praten!
Wat was ik blij dat ik gegaan was. Het was een geweldige fijne
middag. Wat zag ik veel bekenden en blijkbaar kenden veel mensen
mij. Ik werd er verlegen van. Het leek wel op een receptie, daar
op de Markt. Het was vooral een overwinning van weerskanten.
Men zag dat ik weliswaar in een rolstoel zit, maar men merkte ook
dat er in mijn verdere doen en laten eigenlijk niet veel veranderd was.
Toen we van de Markt terug naar huis liepen kwamen we nog
een dame tegen die tegen mij zei: “Toch fijn hè, zo’n rolstoel”. Ik
wist wat ze bedoelde, maar het kwam wat ongelukkig over.
Opnieuw leren lopen
De revalidatie ging natuurlijk onverminderd door. Ik liep al een
beetje door de gang met een rollator. Ook moest ik proberen om
zoveel mogelijk zelfstandig te lopen, dus zonder hulpmiddelen.
Dat ging niet echt van een leien dakje. Ik werd erg gehinderd door
spasmen in mijn rechterbeen en was erg bang om te vallen. Mijn
spiermassa was flink afgenomen. Ik woog 10 kilo minder dan ...

Beoordeel dit verhaal:
Huidige waardering: 6
