[A+] [x]
Aandoening: Dwarslaesie
Geef mij je hand
Paul Asselbergs
Pagina 3

...operatie was behoorlijk ingrijpend geweest. Ik had veel bloed
verloren en ik kreeg daarom extra bloed toegediend. Ik heb toen
blijkbaar nog tegen de dokter gezegd: “Ik krijg toch geen bloed
uit België zeker, want ik ben nu nog zo helder".
Een dag na de operatie van mijn arm kwam de chirurg mij opzoeken.
Hij vertelde me dat ik bij het verlaten van de OK naar hem
had gezwaaid. Ik dacht dat hij een grapje maakte, maar hij vroeg
mij heel serieus: “Probeer nóg eens naar me te zwaaien?” Ik kon
mijn ogen niet geloven toen ik ineens met mijn linkerarm wat
omhoog kon bewegen. Ook de dokter stond opnieuw versteld. Ik
hoor hem nóg zeggen: “Niet te geloven!”

Was dit het begin van een klein wonder?

Ik kreeg regelmatig fysiotherapie. Ik moest leren om kaarsrecht in
mijn bed te liggen.
Af en toe mocht ik in de rolstoel naar de koffiekamer om dáár
bezoek te ontvangen. Dat was gezelliger dan bezoek aan bed en
dan zag ik weer eens wat anders dan het plafond. Op één van de
muren in de gang zag ik de volgende spreuk hangen:

Vriendschap verdubbelt de vreugde en halveert het verdriet.

Wat kunnen sommige mensen toch mooie dingen schrijven!

Revalidatiecentrum Rijndam

Na een verblijf van bijna drie weken in Tilburg mocht ik op 3 februari
met de ziekenwagen naar het revalidatiecentrum Rijndam in
Rotterdam.
Ik vroeg me af wat me daar te wachten stond. Na wat plichtplegingen
werd ik met bed en al naar de ‘huiskamer’ gebracht. Ik herinner
mij dat moment als zéér confronterend.
Ik zag er alleen maar gehandicapten in rolstoelen, in bedden of
met krukken. Vreselijk was dat, al die stumpers, en ik hoorde daar
vanaf nu ook bij! Onder hen waren verkeersslachtoffers, mountainbikers,
mensen met MS, bedrijfsongevallen en helaas ook enkele
mislukte zelfmoordgevallen. Elk mens met zijn eigen drama, met
zijn eigen verhaal, met zijn eigen onzekere toekomst.
Ik had enige tijd nodig om te wennen aan deze situatie.

Ik hield mij regelmatig met de volgende vragen bezig: Zullen er nog
functies terugkomen? Hoe lang zal ik hier moeten blijven?
Bij het intakegesprek stelde ik uiteraard deze vragen ook, maar
daar kon men geen zinnig antwoord op geven. Heel voorzichtig
schatte men in dat ik moest rekenen op een verblijf in Rijndam van
negen tot tien maanden. Met zulke termijnen in het vooruitzicht
moet je gewoon je verstand op nul zetten en vooral geduldig zijn.
Ik heb dan ook vanaf het begin af aan tegen mezelf gezegd: Je
moet hier net zolang willen blijven totdat er geen vooruitgang
meer te constateren valt.
De volgende dag kreeg ik al te maken met een zogenaamd ‘opzit’-
schema. Ik mocht driemaal per dag een uur in een rolstoel zitten.
Dat was fijn, want ik had immers bijna drie weken plat in bed moeten
liggen.

De fysiotherapeut had inmiddels bemerkt dat ik mijn linkerduim
een paar millimeter kon bewegen. Ik heb daarna met heel veel
moeite, maar mét succes, geprobeerd een koekje van de tafel te
pakken. Dit echte millimeterwerk bracht blijdschap en weer wat
hoop voor de toekomst. We zagen weer een klein lichtpuntje.
Een minpuntje was dat de operatiewond aan mijn linkerarm (elleboog)
open was gegaan met alle narigheid van dien. Er bleek een
flinke holte in te zitten, die twee maal daags met gaas en een zoutoplossing
moest worden schoongehouden. Wat kon dáár veel gaas
in zeg!
Een dwarslaesie krijg je niet alleen

Kranten lezen lukte me niet, want ik kon ze niet vasthouden. Met
het eten moest ik ‘gevoerd’ worden. Ik kon dus eigenlijk niks. Ik
wil hier nou niet extra zielig doen. Ik wil alleen maar aangeven hoe
hulpbehoevend ik was en welk een zware taak op de schouders
van Marianne rustte. Voor het afspreken van bezoek beheerde zij
een agenda om te voorkomen, dat er teveel bezoek tegelijk zou
komen. We hadden, zo vonden wij, ook vaak te weinig tijd voor
onszelf.
Marianne maakte heel veel uren en verloor flink wat energie. Elke
dag naar Rotterdam reizen en daarnaast de normale dagelijkse
beslommeringen... Gelukkig kon zij het zó regelen dat ze meestal
’s avonds met het bezoek mee terug kon rijden naar Bergen op Zoom.

Ik bleef veel bezoek ontvangen. Soms iets té veel. Soms bleef er te
weinig tijd over om met Marianne wat bij te praten. Vaak maakte
ze bezoekjes mee, die voor haar minder interessant waren. Alweer
diezelfde vragen, alweer diezelfde antwoorden die ze al zo vaak
had gehoord. En thuis altijd weer die voicemail afluisteren en beantwoorden.
En ook steeds vaker bemerken dat een verhuizing in de
nabije toekomst onvermijdelijk is.
Natuurlijk hadden we allebei onze betere en slechtere dagen. Het
is ook ...



Beoordeel dit verhaal:
  • Huidige rating: 2.8/5
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
Huidige waardering: 6