[A+] [x]
Aandoening: Dwarslaesie
Geef mij je hand
Paul Asselbergs
Pagina 2

...deze operatie werd ik weer wat mobieler. De tractie mocht
van mijn hoofd en ik mocht weer op een ‘normaal’ bed liggen. Ik
kreeg veel vocht toegediend en ik had mede daardoor een heel
opgezwollen gezicht. Van de revalidatiearts kreeg ik twee zogenaamde
functiehandschoenen omgedaan, waarbij mijn handen
kunstmatig in een vuisthouding werden gehouden. Hiervan zou ik
eventueel later voordeel kunnen hebben!
In het ziekenhuis stond een heel team voor me klaar: een revalidatiearts,
een fysio- en ergotherapeut, een maatschappelijk werker,
een psychologe. De laatste constateerde duidelijk een
shocktoestand bij mij; ik kon niet huilen en ik kon ook niet kwaad
zijn.

Omdat ik met mijn handen niets kon doen, dus ook niet op een


belletje kon drukken, kreeg ik een blaasbel boven mijn mond, waarmee
ik de verpleging kon roepen. Die blaasbel vond ik een uitkomst,
want als ik jeuk had in mijn gezicht kon ik hem ook als
krabbertje gebruiken.

Brieven, kaarten, telefoontjes, bloemen...

Inmiddels deed de tamtam over mijn ongeluk flink de ronde in Bergen
op Zoom. De eerste berichten waren natuurlijk heel erg somber.
Al gauw werd er gezegd: “Paul komt nooit meer thuis, die komt
in een verpleeghuis terecht”.
Ik ontving stapels post, maar er waren ook veel mensen die mij
wel een kaart wilden sturen, maar niet wisten wat ze erop moesten
schrijven. ‘Beterschap’ schrijf je toch niet als je weet dat iemand
verlamd is en niet beter kan worden, zo dachten velen. Daarom
kreeg ik heel veel brieven. Daarin kon men beter zijn gevoelens
onder woorden brengen. Thuis en bij andere familieleden stond
de telefoon roodgloeiend. Wat een aandacht, wat een medeleven,
wat verschrikkelijk lief allemaal! Ik stond altijd graag in de belangstelling,
maar liever niet op deze manier.
De bewoners in mijn straat hadden spontaan een geldinzameling
gehouden. Ik moest er zélf maar ‘iets moois’ voor kopen. Het
werd een cd-speler. Daar zou ik op mijn kamer veel plezier van
hebben. Ik heb de buren natuurlijk bedankt en hen beloofd dat ik
er uitsluitend ‘straatmuziek’ op zou afspelen.
Op een ochtend werd er een bijzonder mooie aardewerk pot met
droogbloemen mijn kamer binnengebracht. Op de buitenkant van
de pot was een versje ingebrand met de volgende tekst:

Je hebt bij ons als Erelid nog steeds een plaats apart.
Je bent misschien wel uit ‘t oog, maar zeker niet uit ‘t hart.

Afzender: Vastenavendfanfare 01640.

Bij het lezen van dit gedicht vloeiden mijn eerste traantjes sinds
het ongeluk. Hoe lief van hen, maar ook hoe lief van die vele honderden
andere mensen die mij een hart onder de riem staken.

Slapeloze nachten

Na een verblijf van een week in Tilburg mocht ik voor het eerst
even uit bed. Dat gebeurde met een speciale tillift. Ik werd hiermee
in een zeil uit bed gehesen en vervolgens heel voorzichtig in een
rolstoel gezet. Die eerste keer was voor mijn gezin en mij best een
emotioneel moment. Ik was een beetje bang om in zo’n zeil te hangen
en vroeg me af of het wel sterk genoeg was. De gezellige, mollige
verpleegster Nel stelde mij gerust door te zeggen dat zij zelf
wel eens proefkonijn was geweest in die lift, waarop ik zei: “Oh,
als dat ding jou kan houden, dan hoef ik niks te vrezen”. Ze kon
gelukkig tegen een grapje.
Natuurlijk vonden ook de sanitaire stops in bed plaats, hoe moeilijk
die soms ook verliepen. Ik vond dat vreselijk en eigenlijk onmenselijk.
Slapen deed ik vooral die eerste nachten heel erg slecht. Een verpleegster
zette op mijn verzoek steeds de cd Only love op van Louis
van Dijk. Dat ontlokte bij mij op zeker moment het korte rijm:

Ik lig op bed en pieker me suf,
Louis van Dijk speelt ‘Only love’.

Ik mocht om de vier uur, dán weer op mijn linkerzij, daarna op
mijn rug en dán weer op mijn rechterzij liggen.
Op een nacht moest broeder Pieter mij om de vier uur ‘verleggen’.
Toen de tijd van verleggen nog lang niet gekomen was, belde
ik hem en vroeg hem of hij me wilde draaien, want ik hield het
niet meer uit van de pijn.
Zijn reactie was: “Nee, daar beginnen we niet aan, die vier uur is
nog lang niet om. Vier uur is vier uur!” Ongelooflijk toch? Dat was
mijn slechtste nacht in de gehele periode.

De operatie van de arm

Mijn linker bovenarm was gebroken en nog steeds niet geopereerd,
omdat ik niet op mijn buik mocht liggen en dat was blijkbaar nodig
om mij te kunnen opereren.
De twaalfde dag na het ongeluk werd mijn arm geopereerd. Er
werd een pin in mijn arm gezet en ook die werd met schroeven
vastgezet. Alweer een sterk staaltje!
De ...



Beoordeel dit verhaal:
  • Huidige rating: 2.8/5
Huidige waardering: 6