[A+] [x]
Aandoening: Alopecia Areata
Van blondie naar gabbertje…
Marietje
Pagina 1

Oudejaarsavond 2000. Officieel zou díe nacht pas het nieuwe
millennium beginnen. Terwijl ik me voor de spiegel zat op te maken,
dacht ik aan de afgelopen twee jaar. Na een heel slecht huwelijk
dat achttien jaar duurde, was ik in juni 1999 eindelijk gescheiden.
Ik had een hele lieve vriend gevonden en dacht dat nu alle geluk
van de wereld het mijne was. Hoe anders zou het lopen.


In het najaar van 1999 kreeg ik moeite met ademen en slikken en
ik voelde me steeds doodmoe. Na ettelijke onderzoeken bleek ik
een tumor (gelukkig goedaardig) op de schildklier te hebben. De
tweede week van 2000 bracht ik dan ook in het ziekenhuis door.
Mijn keel was versierd met een jaap van wel dertien centimeter,
dichtgemaakt met negentien grote, zwarte hechtingen. Verliefdheid
maakt je mooier, zegt men, maar bij mij was daar op dat ogenblik
niets van te merken. Toen dacht ik ook nog dat mijn ‘schoonheid’
niet erger aangetast kon worden dan dit.
De rest van het jaar 2000 verliep zoals het was ingezet. Ik bleef
kwakkelen met mijn gezondheid, ik bleef maar moe, ik moest op
mijn tenen lopen om het huishouden draaiende te houden. Mijn
vriend kreeg last van zijn meniscus en liet zich opereren. De operatie
mislukte en moest een half jaar later opnieuw worden uitge-
voerd. We waren dus blijkbaar niet voor het geluk geboren! Ook
onze exen deden dapper hun best om een steentje aan onze misère
bij te dragen.
Mijn vermoeidheidsklachten bleven aanhouden en verergerden
zelfs. Dit werd in het ziekenhuis afgedaan als stress. “Mevrouw,
het zit tussen de oren. U heeft geestelijk heel wat te verstouwen,
dat werkt lichamelijk door.” Hoe dikwijls moest ik dat niet horen
als ik op controle was. Zo vaak, dat ik het zelf ging geloven. Toen
ik begin december ook nog een telefoontje kreeg dat mijn vader
plots was overleden, kon dat rotjaar voor mij niet vlug genoeg
voorbij zijn.

Dat dacht ik toen nog, terwijl ik daar voor die spiegel zat
op oudejaarsavond. Ik kamde mijn lange, blonde haren, deed er
een leuke strik in en foeterde nog even dat die flutharen van
mij nooit wilden vallen zoals ik het wou. Zo, 2001 kon beginnen.
Nu zou het allemaal anders worden. Wat kan een mens zich vergissen.


Op vrijdag 23 februari – die dag vergeet ik nooit meer – kwam mijn
vriendin mijn haar bijkleuren. Ze zag een kaal plekje van ongeveer
twee centimeter doorsnede. Nu had ik de laatste tijd wel last van
haaruitval, maar ja, die stress, hè. De maandag daarop kamde ik na
het douchen mijn haren. Plotseling had ik een hele pluk haar in
mijn handen. Mijn zoontje van tien schrok zich wezenloos, dacht
dat zijn moeder kanker had. Ondanks dat ik zelf heel erg geschrokken
was, legde ik hem rustig uit dat bij kanker je haar uitvalt door
de medicijnen. Toen hij gerustgesteld was, keek ik in de spiegel.
Daar stond ik ineens met een middenscheiding van bijna twee centimeter.
Geen gezicht, dus maar een andere coupe. Zijscheiding!
Raar eigenlijk. Alles draaide in die tijd letterlijk en figuurlijk om
scheidingen. Ondertussen werd die kale plek op mijn hoofd steeds
groter, ook de andere kant ging meedoen. De huisarts had nog
nooit zoiets voor handen gehad, maar dacht gelijk aan Alopetia
Areata. Mooie naam voor een minder mooie ziekte. De huidarts
deelde de mening van ‘onze’ dokter, maar vond het wel allemaal
erg snel gaan. Van camoufleren was toen al geen sprake meer. Buiten
droeg ik een hoedje en in huis een sjaaltje.
Op aanraden van de huidarts maakte ik een afspraak met een
kapper die gespecialiseerd was in pruiken. Een aardige man. We
hebben best nog gelachen tijdens het passen; met een grijze pruik
zie je tenminste hoe je er over tien à twintig jaar uit kan zien. Mijn
39ste verjaardag vierde ik in maart nog met een hoedje op. Twee
dagen later mocht ik mijn ‘bontmuts’ ophalen. Gelijk reden we
door naar de internist waarbij ik sinds mijn schildklieroperatie
onder controle was. Op aandringen van mijn vriend en mij, bekeek
hij nog eens de resultaten van alle bloedonderzoeken van voor en
na de operatie. Toen kwam hij er eindelijk achter dat mijn TSHhormoon
gestegen was van 0.4 naar 2.6. Nog binnen de normen
bij ‘gewone’ mensen, maar veel te hoog als je maar een klein stukje
schildklier meer hebt. Vanaf dat moment moest ik elke dag pilletjes
slikken. Dat zal wel mijn hele leven zo blijven, maar mijn
andere klachten verdwenen als sneeuw voor de zon, dus dat is het
minste dat ...



Beoordeel dit verhaal:
  • Huidige rating: 2.8/5
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
Huidige waardering: 6