[A+] [x]
Aandoening: Psychose
Een hoofd vol chaos
Frederik Ackerman
Pagina 2

...angstig voelde door wat hij beweerde?
Op een dag halverwege het tweede schooljaar kwam ik zijn praktijk
binnen en nadat ik zoals altijd op de behandeltafel ging
liggen, als bij een dokter, hield hij op gebruikelijke wijze zijn
hand onder mijn stuitbeen waardoor hij op één of andere manier
‘beelden’ binnenkreeg. Het was even stil, ik staarde naar de nerven
op het houten plafond en wachtte totdat meneer Vaerman
begon te praten.
“Toen jij mijn hand schudde was het eerste beeld dat ik vandaag
binnenkreeg dat van een zwerver,” zei hij op een mysterieus
toontje.
“Het is een beetje sprookjesachtig en geeft aan dat je weer terug
moet naar je eigenlijke pad.”
In die trant ging hij nog even verder totdat hij op vrij drama-
tisch wijze zei : “Dit is een appèl om naar jouw bron terug te
gaan!”
De manier waarop hij het verwoordde klonk mij in de oren alsof
de wereld elk moment aan zijn einde kon komen. De Apocalyps!,
dacht ik en voelde de dreiging van een gigantische paniekaanval
die me langzaam besloop. Toen ik even later weer buiten
stond, merkte ik dat mijn tanden klapperden van de zenuwen.

Ik probeerde weer wat lessen te volgen op school, want misschien
kon ik het dan nog in goede banen leiden, maar na een korte
opleving sloot ik me uiteindelijk weer depressief op in mijn kamer.
Ik had geen telefoon of televisie maar speelde veel gitaar, componeerde
wat, luisterde naar muziek en dronk veel koffie en
rookte veel.

Mijn jongere broer was een paar keer bij mij op visite geweest in
Gent en, alhoewel hij het nooit met zoveel woorden had gezegd,
viel het hem op dat het niet echt goed met mij ging. Ondanks
depressies, angsten en paranoia probeerde ik echter zo normaal
mogelijk met iedereen om te gaan en niets te laten merken. Het
was een soort dubbel bestaan: achter mijn façade lag een diep
ravijn. Eén misstap en ik zou erin storten, dacht ik.

Op een avond, vlak nadat het tweede schooljaar voorbij was,
scheurde die façade open. Ik had net een concert gegeven en was
daarna bij een vriendin, Veerle, op bezoek gegaan. We kletsten
wat en ik maakte flauwe grapjes. Toen was het alsof er een soort
groenige wolk over mij heen trok. Alles voelde zwaar aan en ik
kon niet meer helder denken; mijn stem veranderde en kreeg
een soort bezeten intonatie. Ik wist bij God niet meer wat ik
allemaal vertelde. Sterker nog, ik vroeg mij af wie er aan het
woord was want ik vertelde een heel lang verhaal over tovenaars
die duizenden jaren geleden leefden. Misschien had ik te veel
boeken van Carlos Castaneda gelezen.
Op Veerles gezicht was niets te bespeuren van onrust of ongemak.
Aan het eind van mijn verhaal greep ik haar arm en we
begonnen te zoenen. Ik was al een tijd lang verliefd op haar en
haar slachtofferhouding, de manier waarop ze praatte en klaagde
over haar ouders hadden mijn verlangen naar haar enorm
aangesterkt. Ik wilde haar op een dwaze manier helpen en
beschermen, misschien wel om mijn eigen moeilijkheden een
beetje te vergeten.
Terwijl we zoenden, had ik in mijn fantasie een beeld dat ik in
een leeuw zou veranderen en Veerle in een tijger. Mijn armen
en benen voelden alsof ik klauwen had en ik voelde de manen
in mijn nek. Ik hield Veerle vast en voelde de spanning in mijn
lichaam dat in een leeuw wilde veranderen. Een erg bizarre
situatie!
“Ik kan het bijna, maar nog niet,” hijgde ik. “Ik ben een leeuw
en jij bent een tijger.”
“Jaààh,” zei Veerle. Haar ogen hadden een vreemde glans – dat
ze wel eens doodsangsten zou kunnen uitstaan kwam op dat
moment niet in mij op.
“Roahhh!” brulde ik zo hard als ik kon.
Veerle gilde.
“Het lukt nog niet,” hijgde ik. “Meneer Vaerman is er niet bij. Hij
moet erbij zijn, anders lukt het niet. Het gezelschap is nog niet
compleet.”
“Wie is toch die meneer Vaerman waar je het de hele tijd over
hebt?” vroeg Veerle.
“Hij is de osteopaat die me heeft geholpen,” zei ik. “Hij moet erbij
zijn.”
Ergens heel ver weg was een gevoel dat wat ik deed natuurlijk
onmogelijk was, hoe graag ik op dat moment ook in een leeuw
wilde veranderen. Een ander deel dacht dat het wel degelijk
mogelijk was, maar het probleem was dat ik niet wist of ik weer
mezelf zou kunnen worden als ik een leeuw werd. Die ontnuchterende
gedachte maakte dat ik het idee langzaam van
me af kon zetten.
Alsof er een ballon was lek geprikt leken al mijn paranoïde hersenspinsels,
die ik tijdens mijn depressies al maandenlang had
opgekropt, ...



Beoordeel dit verhaal:
  • Huidige rating: 3.0/5
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
Huidige waardering: 6