[A+] [x]
Aandoening: Multiple Sclerose
En de leeuw brult!
Annemarie Jurriaans
Pagina 1

Dus ik ga dood, dacht ik wanhopig toen ik naar het ziekenhuis
fietste. Ik was in een vreemde roes rechtstreeks vanuit de huisartsenpraktijk
op weg gegaan. De afgelopen maanden had ik al
enkele keren de huisarts bezocht met vage klachten, maar van de
grijze mist in mijn rechteroog was zelfs de huisarts dit keer
geschrokken. “Hier is iets helemaal niet in orde,” waren haar
woorden. Ze sprak het vermoeden van de chronische ziekte MS
uit, hetgeen direct nader zou worden onderzocht, te beginnen
bij de oogarts waar ik na een telefoontje meteen terecht kon.
Ik fietste door een waas van tranen en chaotische gedachten.
Het eerste wat ik zou doen, zo bedacht ik, was mijn werk opzeggen,
die rotbaan, en gaan genieten van de resterende tijd. Nog
twee jaar? Nog vijf, misschien? En we zouden gaan trouwen! Een
nieuwe stroom tranen vulden mijn ogen. Zou hij me nu nog wel
willen? We hadden pas kort geleden besloten elkaar het jawoord
te geven en ik had me er op verheugd deze bijzondere dag te
gaan organiseren, hoewel de datum nog niet was vastgesteld. Wat
nu? Wat als hij hiervan zou horen, hoe zou hij reageren? Verdoofd
en zonder enig oog voor mijn omgeving reed ik op de
automatische piloot verder, terwijl de adrenaline door mijn lijf
gierde.

Vierentwintig jaar was ik en ik wist niets van MS, laat staan dat ik
het foutloos geschreven zou kunnen hebben. Multiple Sclerose…
Het enige wat ik kon bedenken was een grote glimmende, onelegante,
gemeen grijnzende rolstoel als onheilspellende voorbode
van de dood. Bij mijn moeder op haar handwerkclub zat – letterlijk
– een mevrouw in zo’n rolstoel, “want ze leed aan MS.” Zielig,
maar “heel moedig”, zei mijn moeder dan, “en altijd zo opgewekt,”
daar konden wij nog wat van leren.
Opgewekt voelde ik mij totaal niet, terwijl ik met de tranen over
mijn wangen bij het ziekenhuis arriveerde. Woedend en bang, dat
wel. Maar dood ging ik niet!

Het was een vreemde tijd. Mijn werk was te zwaar, alhoewel ik dat
toen nog niet onder ogen zag. Ik was erg ambitieus en had me
voorgenomen een zogenaamd ‘sterke carrièrevrouw’ te zijn. Maar
enkele van mijn lichaamsfuncties waren er nu gewoon mee gestopt.
Een staking dus eigenlijk. Een noodkreet: dit gaat zo niet langer!
Ik liep al enige tijd met mijn linkerbeen te slepen en had daar zelfs
nog grapjes over gemaakt bij collega’s: “Hij,” wijzend op mijn been,
“hij wil niet meer! Slecht gemotiveerd hoor!” Schrijven ging ook
moeilijk want mijn handen hadden vergelijkbare motivatieproblemen,
ook kreeg ik een boterham niet meer doorgesneden: onvoldoende
kracht. Ze schrokken pas echt, zeiden ze later, toen mijn
spraak onduidelijk werd en ik hoorbaar moeite had om woorden
uit te spreken. Ik vond het zelf allemaal erg vreemd maar ik zou
doorgaan tot ik er bij neerviel. Ik was toch zeker geen zwakkeling!
Iedereen werkte hard, dat hoort er gewoon bij als je iets wilt bereiken
in het leven! Maar het iele stemmetje in mijn hoofd dat fluisterde
– bijna onhoorbaar – dat het ergens verkeerd was gegaan op
mijn levenspad, dat stemmetje kon ik toen nog met gemak negeren.
Het sluitstuk werd gevormd door Het Oog. Het Oog Dat
Niet Meer Wilde Zien, net zoals ikzelf niet wilde zien.

Mijn vriend en naaste familie waren mijn rotsen in de branding in
een tijd dat mijn lichaam me in de steek had gelaten. Ik kon niet
meer op mezelf vertrouwen; dingen die altijd vanzelfsprekend
waren geweest, vielen weg. Ik kon nauwelijks bevatten dat zoiets
mogelijk was en verkeerde in een soort trance van afgrijzen en
ongeloof.
Om mezelf te overtuigen van de realiteit sloop ik op een dag de
bibliotheek binnen, op zoek naar informatie over deze ziekte. Ik
had daar, diep weggescholen tussen de overvolle schappen, wel
een jonge tiener kunnen zijn die heimelijk wat informatie op het
gebied van seks zocht. Maar bij het lezen van de beoogde medische
informatie kleurde ik niet rood zoals het een tiener in de
geschetste situatie betaamt; ik kleurde grijs, daarna groen, ik vocht
tegen braakneigingen en vluchtte de bieb uit. Ik wilde er niets meer
over lezen totdat er zekerheid was. Daarna zou ik wel verder zien.

Ik had al eerder ervaren hoe kortaf en weinig toegankelijk specialisten
konden zijn, afgestompt door de dagelijkse beslommeringen
en hoge werkdruk. Nu bevond ik me weer in die situatie waarin
ik, kwetsbaar als ik was door het akelige vermoeden dat ik MS had,
bloot werd gesteld aan de medische mallemolen. De neuroloog
wilde me op een vrijdagmiddag aansluitend aan het consult laten
opnemen voor een ruggenprik. Paniek maakte zich van me meester.
Gelukkig kon mijn ...



Beoordeel dit verhaal:
  • Huidige rating: 2.9/5
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
Huidige waardering: 6