[A+] [x]
Aandoening: Leukemie
Kerende post
Tea Viets en Jan Ruigrok
Pagina 2

...met
die omstandigheden zó kunnen omgaan, dat jullie allen een prima kwaliteit
van leven hebben én ik wens jullie uitzicht op een zonnige toekomst.
Tea

AZR Dijkzigt
zaterdag 16 maart 1996

Beste Tea,
Bedankt voor je schokkende, ontroerende en kracht gevende brief.
Anneke, mijn supervriendin & vrouw, nam hem vanmiddag mee bij
haar bezoek. Ik moest een paar keer slikken nadat ik hem had gelezen.
Het lukte me even niet aandacht aan mijn jongste dochtertje te geven die
met allerlei enthousiaste sportverhalen aankwam.
Ik zie je verdorie nog zitten op de Bovenkamer, links voor me. En nu
lig jij daar en ik hier.
‘Hier’ is de afdeling hematologie van Dijkzigt. Over een poosje komen
we elkaar wellicht tegen: dan verhuis ik naar de Daniël-den-Hoed. Misschien
ben jij al zover ingevoerd dat je uit deze twee zinnen een diagnose
kunt raden: ik heb leukemie. Om precies te zijn chronische myeloïde
leukemie. Twaalf februari gaf ik mijn driemaandelijkse donatie aan de
bloedbank en daar vonden ze dat mijn bloed er zo wit en stroperig uitzag.
Een paar dagen en een paar bloedprikken verder constateerde de
hematoloog leukemie.
Negentien februari werd ik opgenomen en ging het circus van start.
Een circus waarvan de voorstelling in het meest gunstige geval een jaar
duurt. Nadat de diagnose definitief was vastgesteld, werd mijn bloed
gezuiverd van een teveel aan witte bloedlichaampjes. Mijn twee zussen
werden opgeroepen om te kijken of hun beenmerg in aanmerking komt
voor transplantatie. De kans daarop is bij twee zussen ongeveer 30%.
Het was een spannende week! Gelukkig komt er veel goeds uit Spijkenisse:
het beenmerg van mijn jongste zus die daar woont is geschikt.
Dat verhoogt voor mij de kans op genezing aanzienlijk en bekort de
duur en de intensiteit van de kuren.
Momenteel zit ik midden in een eerste chemokuur van zo’n 5 a 6 weken.
Half april is die afgelopen. Omdat de kuur mijn afweersysteem
aantast, zit ik op een gedeeltelijk geïsoleerde afdeling: ik mag de
tweepersoonskamer niet af, er worden veel voorzorgsmaatregelen genomen,
zowel voor mij als voor het bezoek. Ik voel me lichamelijk en geestelijk
goed. Ik heb net als jij toen je de brief schreef het gevoel dat ik zo
naar mijn werk zou kunnen stappen.
Nadat ik in Dijkzigt ben uitgekuurd na een of twee kuren, ga ik voor
een volgende chemokuur en een bestraling naar de Daniël-den-Hoed.
Ik reken daar op een verblijf van ongeveer twee maanden. Na die kuur
en bestraling zijn alle zieke cellen in mijn beenmerg dood en komt José,
mijn zus, om de hoek kijken. Uit haar bekken wordt op twee plaatsen
merg gehaald en dat wordt via een infuus mij toegediend. Voor en na
de transplantatie, moet ik in totale isolatie. Daarna volgt er een herstelperiode
deels in de Daniël, deels thuis.
Wat beginnen we die brieven met lange verhalen over onszelf, vind je
niet? Onvermijdelijk natuurlijk, want alles wat we tegen elkaar zeggen
wordt bepaald door de situatie waarin we ons bevinden.
Jij vraagt wat voor visie ik op deze hele heisa (nou, zo voel ik dat ook!!)
heb. Jeetje, dat wordt straks een brief van vijf kantjes..... Gelukkig verkeer
ik nu in de luxe situatie dat ik tijd kan nemen en de rust heb daar
over na te denken en te schrijven.
Een vraag die mij enorm bezighoudt is: wat is de winst die ik uit deze
ziekte kan halen?
Ik ben ervan overtuigd dat de meeste dingen en gebeurtenissen niet
goed of slecht zijn; het gaat er om wat je er mee doet. Misschien gevaarlijke
stelling, want hoe zou ik hier tegenaan kijken wanneer mijn prognose
uitgesproken ongunstig zou zijn? En hoe zit het met mensen die
slachtoffer zijn van oorlog, martelingen en mishandeling en andere
ellende die mensen elkaar doen?
Als ik naar mezelf kijk, denk ik, dat ik voldoende winst uit deze situatie
kan halen om er beter en wijzer uit te komen. Ik weet nu wat het is
om een doodsangst te ervaren; om de mensen van wie je het meest
houdt op te moeten zadelen met grote angst en onzekerheid. In zulke
situaties kom je er achter hoeveel je voor elkaar betekent. Het kan niet
anders dan dat je anders tegen leven en dood aan gaat kijken.
Wanneer tijdens de eerste dagen de tranen in mijn ogen schoten was
het niet uit angst voor mijn eigen dood of lijden. Het was wanneer ik
dacht aan wat ik achter liet: Anneke, de drie kinderen, mijn ouders.
Afgelopen weken heb ik ontdekt, dat ik niet zo bang ben voor de dood.
Het is voor het eerst sinds, zeg, mijn pubertijd dat ik dat kan zeggen.
Een ander ...



Beoordeel dit verhaal:
  • Huidige rating: 2.8/5
Huidige waardering: 6