[A+] [x]
Aandoening: Leukemie
Kerende post
Tea Viets en Jan Ruigrok
Pagina 1

Voorwoord

In januari en februari 1996 woonde ik twee bijeenkomsten bij van een
korte nascholingscursus. De derde middag verviel i.v.m. ziekte van de
docent en ik stuurde hem een kaartje. Op vrijdag 8 maart kreeg ik van
de organisator van de cursus een briefje met de mededeling dat de cursus
werd afgelast omdat de docent voor de zomervakantie waarschijnlijk
niet meer beschikbaar zou zijn.
Natuurlijk schrok ik daarvan en ik nam me voor hem nog eens een
kaart te sturen, want achter zo’n berichtje moest iets ernstigs zitten, veronderstelde
ik.
Die maandagochtend ging ik welgemutst naar mijn werk. Om tien
voor elf kreeg ik een hevige hoofdpijn. Toen ik rillerig thuis kwam, lag
mijn jongste dochter op de bank, ook met hevige hoofdpijn en ze klaagde
dat ze het koud had. Misschien heerst er iets, suste ik mezelf. Maar
uitvalsverschijnselen en coördinatieproblemen maakten duidelijk dat ‘het
weer mis’ was. Die avond kwam ik in de Daniël den Hoed Kliniek. Twee
dagen, 15 mg. morfine en flink wat dexamethason hadden ze daar nodig
om me weer een beetje op te lappen. Ik lag alleen op een kamer en ver-
maakte me uitstekend met het overdragen van mijn werk. Ook stuurde
ik die docent, Jan het voorgenomen berichtje. Het werd geen kaart,
want die had ik niet bij me, maar een handgeschreven briefje, want een
schrijfblok had ik wel, inmiddels. Het zou het begin zijn van een voor
mij heel fijne correspondentie.
Tea Viets

Na een telefoontje van de bloedbank lag ik binnen enkele dagen aan
het infuus op de afdeling hematologie: chronische myeloïde leukemie.
‘Spoelt u maar’, zegt de arts wanneer hij je aan het plasmafarese-apparaat
legt om het teveel aan witte bloedlichaampjes uit je lijf te spoelen.
Een van de eerste kaartjes die ik kreeg was van Tea. We kenden elkaar
van een cursus. Nu lag ze een verdieping boven me op neurologie. Ziek
zijn en onderwijs waren onze raakvlakken. De overeenkomsten zijn me
niet altijd even duidelijk. Een verschil is me wel duidelijk geworden: in
het ziekenhuis wordt minder geklaagd dan in het onderwijs. Voor ons
waren de raakvlakken voldoende om elkaar regelmatig te schrijven. Dat
gaf voldoening en leerde relativeren.
Jan Ruigrok

NB. Oorspronkelijk handgeschreven teksten zijn hier cursief weergegeven.

Dr. Daniël den Hoed Kliniek,
woensdag 13 maart 1996

Jan Ruigrok, p/a de organisatoren van de cursus


Jan,
Eind vorige week ontving ik het bericht dat je het hele cursusjaar niet terug
zou komen en ik schrok daarvan.
‘t Is blijkbaar toch ernstiger dan ik hoopte. Ik wilde je schrijven, maar
daar was nog niets van gekomen en maandagochtend kreeg ik zelf hevige
hoofdpijn, waarop ook voor mij ziekenhuisopname volgde. Maandagavond
± 19.30 uur kwam ik hier aan en inmiddels ben ik met medicijnen zo ver
opgelapt, dat ik vanmorgen ‘t liefst naar mijn werk was gegaan. Maar
daarmee ben ik er nog niet, want de diagnose is: recidive van de hersentumor
waarvan precies twee jaar geleden een groot deel operatief is weg-
genomen. Toen volgden 36 bestralingen, maar dat kan nu niet meer, dus
nu proberen we nog iets te doen met chemotherapie. Hoe lang ik hier nog
zoet ben, is (nog) niet duidelijk. Wat ik wel weet, is dat ik me nu fit en
vrolijk voel (dankzij de dexamethason) en dat ik daarvan ga genieten,
samen met de mensen om me heen.
Een heel geschrijf over mezelf en dat was ik niet van plan, maar ja, over
jouw conditie en lichamelijk en geestelijk welbevinden weet ik helemaal
niets. Ik weet niet eens in welk ziekenhuis je ligt, niet wat je klachten, diagnose
en vooruitzichten zijn en ook niet vanuit welke visie jij met deze hele
heisa (tenminste, zo ervaar ík dat) omgaat.
Je voelt ‘t natuurlijk op je klompen aan: ik zou het leuk vinden wat van je
te horen. Maar dat betekent niet, dat je je verplicht moet voelen om te reageren,
hoor! Alleen als je er zin in hebt en er gelegenheid, tijd en energie voor
kunt vinden en opbrengen.
Hè, nou liet hier gisteren een bezoeker de naam vallen van de bedenker
van de theorie van de loyaliteiten van kinderen. Ik moest direct aan ‘De
veelkleurige leerlingbegeleiding’ denken en heb die naam genoteerd, maar
ik ben bang dat die notitie met een berg andere rommel meegegaan is naar
school, want ik kan hem nergens meer vinden.
Sorry voor mijn verschrijvingen; als excuus voer ik aan, dat de ellende
bij mij in mijn hoofd zit. Helaas brengt zo’n excuus geen opluchting, maar
alleen grote onzekerheid. Laat je niet door mijn verhaal storen.
Ik hoop dat je je (naar omstandigheden) goed voelt, dat jij en je gezin ...



Beoordeel dit verhaal:
  • Huidige rating: 2.8/5
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
Huidige waardering: 6